Josevanrosmalen.nl

De kater komt later

 

Wil jij later’,

vroeg de kater

‘wil jij dan mijn snoes zijn,

mijn liefste poes zijn.’

 

‘Eerst wil ik spelen,

 me nooit vervelen

op vogeltjes jagen,

andere katjes plagen.’

 

De kater dacht stout,

ik ben al een beetje oud

maar ik versmaad geen jonge poes,

ik moet haar lokken met een smoes

 

‘Zullen we naar de tuin van de buren gaan

Waar die vogelkooien staan

Dan springen we er samen op af

We rennen dan in een draf.’

 

De oude kater liet haar winnen

Daar zou hij garen bij spinnen

Het poesje kwam blij bij hem

De kater zei met warme stem