Slauerhoff, de romanticus

 

 

In de periode tussen de Eerste en Tweede wereldoorlog  had Nederland een generatie van schrijvers en dichters, waarvan vier van de belangrijkste niet oud werden. Ik heb het over Hendrik Marsman,  Eddy Du Perron, Menno Ter Braak en Jan Slauerhoff. Daaraan kun je ook nog Jan Campert toevoegen. Al deze mannen stierven rond hun veertigste jaar. Simon Vestdijk is van de generatie literaire hoogvliegers die rond het jaar 1900 werden geboren de enige die ook na de Tweede Wereldoorlog aan zijn omvangrijke oeuvre kon blijven werken.

De romantische dichter Jan Slauerhoff spreekt nog altijd zeer tot de verbeelding en inspireert veel dichters van nu. Hij bereisde als scheepsarts een groot deel van de wereld en voelde zich overal en nergens thuis. Nederland was niet de plek waar hij wilde wonen en leven, maar het reizen maakte hem ook niet gelukkig. Hij was een rusteloze ziel, een charmeur met veel relaties die meestal stukliepen. Hij maakte ook de nodige ruzies en wist mensen van zich te vervreemden. Zijn kracht toonde hij in zijn literaire werk, vooral in zijn gedichten.

In een manifestatie in Utrecht is in november 2012 ( Festival literaire meesters) uitgebreid stilgestaan bij het leven en werk van Slauerhoff. Veel dichters brachten een ode aan hem uit. Ik mocht daar ook een bijdrage leveren.

Gerrit Komrij heeft gewezen op een overeenkomst tussen Slauerhoff en de 17e eeuwse Nederlandse dichter Bredero.  Gerbrand Bredero deelde met hem het lot dat hij niet oud is geworden en dat hij tegen het einde van zijn leven onder ogen moest zien dat hij niet altijd verstandig had geleefd. Zijn meest indrukwekkende gedicht vind ik zijn Geestigh Lied, in modern Nederlands ‘Geestelijk Lied’. Een citaat hieruit:

Och Godt! ick heb te blind

En al te seer bemind
De dingen die my schaden.

Een hooft vol wind en wijn,
Een hart vol suchts en pijn,
Een lichaem gants vol qualen
Heeft Venus en de kroes,
Of selfs die leijde droes ( bacteriële infectieziekte)

My dickwils doen behalen

 

De dingen ‘die God verboden heeft’  hebben zijn gezondheid ondermijnd ( lees voor Venus en de kroes: drank en geslachtziekte) en hij ziet dat onder ogen.

In het gedicht ‘In memoriam mijzelf’ blikt Slauerhoff op vergelijkbare wijze terug. Ook hier een fragment.

Al is mijn ziel verminkt,
Mijn lijf voor driekwart dood.

In 't leven was geen dag
Ooit zonder tegenspoed.
Ik leed kwaad en deed goed;
Dat is een hard gelag.
Nu, in verloren slag,
Strijd ik met starre moed.

 

Slauerhoff weet net als Bredero nog altijd te inspireren. Hij haatte Nederland, maar hij kon ook niet zonder omdat hij zijn gedichten in het Nederlands schreef. Als wereldreiziger bracht hij de wereldzeeën,  Afrika, China, Zuid Amerika, Indonesië,  Portugal in de Nederlandse poëzie. Als zoon van een behanger/stoffeerder  uit Leeuwarden viel deze appel redelijk ver van de boom.

Van al zijn liefdes, was misschien wel zijn grootste liefde de zee, de oneindigheid, de verlatenheid

In het gedicht ‘het boegbeeld: de ziel’ luiden de eerste vier regels:

 

Dit is mijn lot: gebeeldhouwd voor den boeg,

Den scheepsromp achter mij te moeten volgen;

Mijn zegetocht over knielende golven

Aan ’t  schip te danken dat mij droeg

 

Ieder die meer wil weten over Slauerhoff kan via internet het nodige vinden. Zojuist is ook het boek ‘het heele leven is toch verloren’ met niet eerder gepubliceerd materiaal uitgegeven. Bovendien wordt zijn werk nog steeds gedrukt en uitgegeven, omdat het springlevend is.

 

© José van Rosmalen

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 4 sterren
1 stem