Die eeuwige sixties

 

De jongens en meisjes die in de jaren zestig opgroeiden, zijn nu zelf in hun zestiger jaren beland. Ik behoor tot die generatie. We waren vol van idealisme, als ware titaantjes. We bevolkten wereldwinkels, voerden acties tegen ongewenst wapentuig, we wisten dat de Telegraaf rechts was en wij waren natuurlijk links. Anders dan de generatie van onze ouders zouden wij voor een echte vrije samenleving opkomen, wars van burgerlijke conventies. Zelfs de taal was al conservatief. Daarom schreven we geen ‘ actie’ meer, maar aksie en hadden we kritiese artsen en sosjologen, die niks moesten hebben van het ‘bestaande siesteem’. In die jaren studeerde ik sociale wetenschappen in Utrecht. ‘Ouderwetse’ hoorcolleges maakten daar eind jaren zestig plaats voor werkgroepen en seminars. Ook het autoritaire beoordelen verdween, het ging voortaan om zelfreflectie en kritiese bewustwording. Je bepaalde zelf wat je wilde leren. Voor sommige docenten en hoogleraren was het meegaan in deze nieuwe stroom te veel gevraagd, veel anderen pasten zich aan; ze kochten een spijkerpak en lieten zich voortaan tutoyeren.

De nieuwe popmuziek en de grote popfestivals waren ‘van ons allemaal’; ze gaven je het gevoel ergens bij te horen, ‘we were half a million strong’ , zongen Crosby, Stills, Nash en Young op hun lp Deja Vu over Woodstock. Eerder al had Dylan als een profeet de verandering van de tijden aangekondigd en in Nederland zong Boudewijn de Groot het hem na. Van commercie moesten deze helden natuurlijk niks hebben! Bij de Free Record Shop kocht je de platen die er toe deden. Zelf gingen we natuurlijk nooit voor het verderfelijke grootkapitaal werken.

 In 1970 was een vrouwelijke hoogleraar uit Texas te gast bij een seminar van sociologiestudenten in Utrecht; ze sprak over het onderwerp ‘de studentenbeweging’. Ik herinner me dat ze letterlijk zei ‘You never had it so good’. Nooit eerder konden zoveel jonge mensen in westerse landen doorleren, nooit eerder hadden ze zoveel vrijheid om te experimenteren, we waren een generatie met unieke kansen en met onze kritiek op ‘de maatschappij’ ook verwende praatjesmakers. Dat laatste zei ze er niet bij, maar het was wel de ondertoon van wat ze ons voorhield  De studenten reageerden onwennig op haar verhaal, veelal waren ze gewend alles kritisch te bekijken, behalve zichzelf. Zo’n vrouw uit Texas, nou ja dan wist je het natuurlijk wel.

Haar woorden raakten mij echter. Het collectieve eigen gelijk stond me in mijn hart ook wel tegen.  Ik begon te beseffen dat er onderling vaak ivoren toren wijsheden werden uitgewisseld en dat we ‘als generatie’ ook wel hoogmoedig dachten. We waren toch eigenlijk iets vrijer, onze muziek was toch veel interessanter dan die van de vorige generatie, we lazen De Groene, Vrij Nederland en de Volkskrant, we werden lid van de VPRO, huisje boompje beestje was niet ons perspectief. Neen, wij waren de voorhoede van een ‘andere samenleving’.

Nu zijn de babyboomers zelf zestigers geworden. Hun kinderen hebben hun weg in de maatschappij inmiddels gevonden, zonder de ideologische ballast van hun ouders. De jaren zestig hebben op de huidige zestigers echter een blijvende invloed, omdat wat je rond je twintigste meemaakt het beste beklijft.Nog altijd heb ik het idee dat de muziek van toen interessanter is dan de muziek van daarvoor of daarna. De Beatles, de Doors, Dylan, ik kan er nog steeds naar luisteren. Als ik nu zie wie er op Pinkpop optreden, zeggen me de namen en de muziek me niets. Zou dat nog altijd de vooringenomenheid van een verwende generatie zijn? Of waren de Beatles gewoon beter? We hadden het in ieder geval goed met onszelf getroffen.

 

© José van Rosmalen

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 4 sterren
1 stem