Sprekend Rotterdams

 

Ik fietste door Rotterdam, enkele dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ik kwam door Crooswijk en het Oude Noorden. Dat  zijn multiculturele wijken.

Ik zag daar de verkiezingsborden staan. De meest opvallende was die van de VVD, ‘met de tekst  ‘In Rotterdam spreken we Nederlands.’ Het zijn woorden om over na te denken. In eerste instantie denk je, ja nogal wiedes,  in Madrid spreken ze Spaans en in Stockholm praten ze in het Zweeds. Maar als het voor iedereen volstrekt vanzelfsprekend is, waarom zou je het dan nog moeten zeggen, waarom maak je er dan zelfs een verkiezingsleus van?

Kennelijk schuilt er achter de leus dan ook een zekere onvrede.  Niet iedereen voldoet aan de norm van Nederlands spreken en je in het Nederlands  goed uit kunnen drukken.  Als ik in de metro sommige jongeren hoor praten kan ik er inderdaad soms nauwelijks een touw aan vastknopen.  Ik begrijp daarom die onvrede wel. Ik vind het dan ook iets te makkelijk om de slogan  ‘in Rotterdam spreken we Nederlands’  zonder meer af te wijzen. Als je caissière, kapster of monteur wil worden moet je de taal beheersen.

Je mag dus best een norm stellen. Maar daar moet dan wel wat tegenover staan. De maatschappij, wij allen moeten niet alleen maar zeggen ‘jullie moeten Nederlands leren’, we moeten mensen ook goede kansen bieden om zich de taal eigen te maken. Daarin schiet de Nederlandse samenleving volgens mij tekort.

Vanaf begin 2013 wordt inburgeren in Nederland als je eigen verantwoordelijkheid beschouwd en moet je zelf voor de kosten opdraaien. Als je de cursus niet kunt betalen, kun je geld lenen. Dat blijkt in de praktijk niet goed te werken. Van de mensen die volgens de wet moeten inburgeren volgt maar een klein deel daadwerkelijk een cursus. De overheid heeft nauwelijks zicht  op hoe het de rest van de groep vergaat.  

Naar mijn mening moeten we in Nederland en dus ook in Rotterdam daarom meer doen dan alleen maar zeggen dat we hier Nederlands lezen, spreken en schrijven. We moeten er voor zorgen dat mensen de taal ook echt kunnen leren. Daarvoor moeten mensen zelf hun best doen, maar het is niet alleen hun verantwoordelijkheid of hun probleem. Dat idee heeft in Nederland te veel terrein gewonnen en  heeft grote nadelen.  Het is niet alleen weinig sociaal naar de mensen om wie het gaat. Het levert de maatschappij ook meer kosten op als veel mensen de taal niet machtig zijn. Ze hebben een kleinere kans op betaald werk en een grotere kans om van een uitkering afhankelijk te blijven.  Daardoor wordt het of we willen of niet ook ‘ons’ probleem.  

Hoeveel talen we in Rotterdam ook spreken, de Nederlandse taal kan mensen met elkaar verbinden. Die taal  is onze gezamenlijke basis.  Daarom is de leus op het verkiezingsbord op zich niet fout, maar hij vertelt maar het halve verhaal. Er hoort iets achter. Wat mij betreft:  ‘In Rotterdam spreken we Nederlands en helpen we iedereen de taal te leren.’  Maar die  tekst is voor een verkiezingsposter vast te lang!

 

©  José van Rosmalen, 2014

 

zie ook: http://www.wij-rotterdam.nl/sprekend-rotterdams/