Ongrijpbaar

 

Op de rand van de slaap vang je flarden

de vlinders van de voorbije dag

een klein konijn glipt weg in de heg

het zadel van je fiets is niet helemaal pluis

de oversekste man in het zwembad ziet weer zijn kans schoon

de vrouw heeft  inderdaad forse borsten en ze is er voor het eerst.


 

Ze zijn onverbeterlijk, mannen bedoel ik,  sommige althans

net als vrouwen trouwens, laten we alles maar relativeren

 tegenwoordig worden immers bijna evenveel mannen als vrouwen mishandeld

de emancipatie schrijdt voort, ik hoor de ontboezemingen

van de stevige vrouw, ze trekt moedig haar baantjes

in het bad dat nodig aan onderhoud toe is.


 

Met de fiets op de terugweg,  pijn in de rug

rijd ik langs de Maas, langs de boulevard, kijk

naar de hardlopers, de meisjes die hun tijd waarnemen

dit sportieve land is op winnen uit

in bed zie ik de honden gaan liggen

als de schaduwen van wat ik maar niet kan grijpen.

 

© José van Rosmalen, 2014