Rotterdam, stad van poëzie

 

Rotterdam is niet alleen de stad van nijverheid en handel, Rotterdam is ook een stad waar de poëzie gedijt. We kennen hier al ruim veertig jaar het Poetry International festival, waar dichters uit de hele wereld optreden.

Enkele belangrijke Nederlandse dichters  groeiden in Rotterdam op. De huidige ‘Dichter des Vaderlands’ Ramsey Nasr bezocht het Erasmiaans Gymnasium. Hij heeft twee belangrijke voorgangers, de dichter J.H. Leopold en de dichteres Ida Gerhardt.

Leopold doceerde klassieke talen aan het Erasmiaans Gymnasium; Ida Gerhardt, op de dag af veertig jaar jonger dan hij, was een van zijn leerlingen, net als Marie van der Zeyde, die tot haar dood de levensgezellin van Ida zou blijven. Ik herinner me dat ik bij een tentoonstelling in museum Boijmans in 1985, de toen tachtigjarige dames op een bankje zag zitten; ik herkende Ida Gerhardt van een foto die ik wel eens had gezien en daarnaast ook van haar gedichten.

Ida Gerhardt is naast Vasalis de belangrijkste Nederlandse dichteres van haar generatie.  Zij ontving in 1979 de P.C. Hooftprijs, de hoogste literaire onderscheiding in Nederland.

Voor haar was het schrijven van gedichten een klassieke kunst; een gedicht moet helemaal kloppen, elk woord, elke komma heeft een plek. Zij was een halve generatie ouder dan de bekende naoorlogse dichters die ‘de Vijftigers’ werden genoemd; die generatie wilde afrekenen met oude vormen en iets heel nieuws  doen. Denk aan Lucebert, Vinkenoog, Gerrit Kouwenaar, Hugo Claus en Remco Campert.  Ida Gerhardt voelde zich niet altijd prettig bij dat in haar ogen modieuze geweld.  Zij vond dat zij werd miskend. Pas toen zij al de zeventig was gepasseerd kreeg ze erkenning voor haar werk.  Zij schreef daarover in 1979:  ‘Dat mij dit nog gewerd: Van mijn werk de late erkenning’.  

Zij leefde sober. Eind jaren negentig, niet zo lang na haar dood, bezocht ik in Zutphen een kleine tentoonstelling over haar werk en leven en daar viel me vooral die soberheid op.  Moderne luxe was aan haar niet besteed. Ida Gerhardt was geen gemakkelijke vrouw, niet voor anderen, niet voor zichzelf.  Ze heeft geleden onder de afwijzing door haar moeder  (‘ gij hebt, moeder dit leven zwaar gedragen, gelijk ik het zwaar draag, we zijn verwant’.  Zo begint haar ‘sonnet voor mijn moeder’.

Als jong meisje ging ze niet altijd braaf naar school; ze schrijft later daarover:

‘hoe vaak heb ik als kind de school vergeten

Voor Rotterdam? Volleerd allengs in zwerven,

Vertrouwd geraakt met binnenstad en havens

En nochtans immer op ontdekking uit.’

De meeste spijbelende kinderen zullen er niet zo mooi over dichten. Al lijken sommige woorden nu wat ouderwets ( allengs, nochtans), toch staan haar gedichten nog overeind. In die zin is haar werk veel tijdlozer dan het werk van bijvoorbeeld Simon Vinkenoog, die toch altijd verbonden blijft met de hippiecultuur van de jaren zestig.

Rotterdam zou haar schrijvers en dichters wel iets meer mogen eren. Rotterdam kent geen naar Ida Gerhardt vernoemde straat en bijvoorbeeld ook geen Anna Blamanstraat,de schrijfster van onder meer ‘Eenzaam avontuur’.  Naar de dichter Leopold is een straat bij het Ammanplein vernoemd, maar op het straatnaambordje staat alleen maar ‘Leopoldstraat’; je zou dan evengoed aan een vroegere Belgische Koning kunnen denken.

Graag verwijs ik degenen die meer willen weten over Ida Gerhardt naar de website die aan haar leven en werk is gewijd: www.idagerhardt.nl.

 

             

 © José van Rosmalen, 2012

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 4 sterren
1 stem