Reis naar VS, voorjaar 2010

 

Ik zat aan de raamkant. Beneden me zag ik veel met ijs bedekte bergen. Eerst vlogen we over Groenland, later over Canada en de Rocky Mountains. Om het zo zuidelijk gelegen Los Angeles te bereiken was een weg via het hoge noorden de meest doelmatige. Het was nog in februari, dus het bleef een winters landschap , totdat we vlakbij het zonnige Californië waren. Na een uur of elf vliegen landden we op de internationale luchthaven LAX. Daar moesten we voor de controle eerst een tijdje wachten. Omdat ik zichtbaar moeilijk loop werden we uit de rij gehaald en sneller geholpen.  Geheel naar waarheid kon ik zeggen dat we voor familiebezoek en vakantie naar Amerika kwamen. In  de hal van de luchthaven werden we opgewacht. Het was rond drie uur in de middag, maar de gevoelstijd was al rond middernacht. Na een lange autorit aten we die dag in een vegetarisch restaurant, omdat onze gastvrouw alleen vegetarisch at. Na het eten, zo rond een uur of acht, was ik doodop. We sliepen in een smal bed, een twijfelaar, dat was wel weer even wennen, maar moe als we waren, vielen we toch snel in slaap. ’s Ochtends tegen vijven stonden we al op; tegen half zeven zagen we  het licht worden. Het was nog fris. Ik liep de tuin in, langs het zwembad en zag de sinaasappels aan de bomen.

Die dagen maakten we verschillende uitstapjes. We bezochten het Getty museum, gelegen op een rots; met een speciale trammetje kwam je vlakbij de ingang. Er was juist een tentoonstelling over de Hollandse gouden eeuw; zo ver weg om te zien wat je in Nederland ook kunt zien. Het museum bood overigens erg veel, te veel om op een dag te zien. Voor onze gastheer, die al vijftig jaar in Los Angeles woonde, was het de eerste keer dat hij het museum bezocht. Hij was geen uitgesproken cultuurliefhebber. Uiteraard kwamen we ook in Hollywood met beroemde straten zoals Sunset Boulevard en Hollywood Boulevard. We maakten het voortdurende verkeersinfarct op en rond de stad mee. Los Angeles is overigens geen stad zoals we die in Europa kennen. Er is wel een ‘downtown’, maar daarbuiten is er sprake van eindeloze  bebouwing.

Ik keek een paar keer naar de televisie en merkte dat door de steeds weer terugkerende commercials er nauwelijks naar te kijken viel. Je aandacht werd voortdurend versnipperd.

Na  vier dagen gastvrij te zijn onthaald, gingen we voor twee nachten naar een luxe hotel in het centrum, het Biltmore Millennium. Door de economische crisis was het hotel toen relatief goedkoop, veel goedkoper dan hotels met vergelijkbare luxe in Nederland, zoals  het Amstel hotel in Amsterdam. Het hotel lag letterlijk in de gouden zone, er waren heel veel juweliers in de nabije omgeving.

Op woensdagochtend gingen we mee met een groepsreis voor acht dagen om de ‘western highlights’ te zien. Het gezelschap in de bus bestond uit mensen van veel nationaliteiten waaronder ook enkele Nederlanders. Die dag maakte we de tocht naar Las Vegas, dwars door de Nevada woestijn. We maakten een eerste stop bij een Mac Donalds aan de Route 66, bekend van ‘get your kicks’. Het nummer werd in de bus gedraaid. Voor een middagpauze stopten we later bij een Mall, een groot winkelcentrum, al net in de staat Nevada gelegen. De voorzieningen voor mensen met een handicap waren nadrukkelijk aanwezig, met een toegankelijk toilet en aangepaste parkeerplaatsen bij de ingang.

Later die middag doemde Las Vegas op, als een kunstmatige oase in de woestijn. We gingen er naar een groot hotel, Circus Circus, met wel een paar duizend kamers. Het lag zoals bijna alle hotels aan de Strip, een kilometerslange rechte straat. Die avond bestond de ‘sightseeing’ uit het afwerken van een aantal gratis ‘shows’ op verschillende plekken. We kwamen in namaakvenetië, met gondels, gondeliers, bruggetjes en ijscowagens; we zagen er vuurwerk, een nep Eiffeltoren, het was kitsch en toch ook overdonderend. Het is niet een stad met een uitgaanscentrum, de stad is een uitgaanscentrum.

Diverse hotels waren niet afgebouwd, tussen de flonkerende paleizen zag je de bouwputten, ook hier was de crisis voelbaar. Het hotel was massaal. Er werd de instructie gegeven ook in het hotel goed op je spullen te letten. De ontbijtzaal grensde aan een grote hal vol gokautomaten. Je mocht daar roken en drinken. Als je at hoorde je het geluid van de apparaten op de achtergrond.

De buffetten in de  ontbijtzaal zagen er indrukwekkend uit, maar het eten was van matige kwaliteit. De dag die we zelf konden invullen, gingen we naar een show over de Beatles van het Circue du Soleil, een show van een uur die stond als een huis. Acrobatiek rond Lucy in the Sky, Drive My Car, Norwegian Wood. Prijzig was het wel, als ik me goed herinner zo’n honderddertig dollar per persoon.

Op de Strip zagen we wagens met borden met een nulzes nummer om ‘hotgirls’ te bestellen, ‘coming directly to your room’. Ik hoorde een paar jonge vrouwen ginnegappend zeggen, waar zijn de hot boys? Je zag er allerlei straatartiesten die aan het schnabbelen waren. Mannen in Elviskostuum om mee op de foto te gaan. Het voelde absurd aan om hoge fonteinen te zien in de wetenschap dat het landschap twintig kilometer verderop volledig verdord en uitgedroogd is.

Het was die dag, eind februari, overdag 25 graden, ’s avonds werd het erg fris, slechts een paar graden boven nul. De volgende dag lieten we Las Vegas als een schimmenrijk achter ons, op weg naar het Yosemity Park, een lange rit van ruim 800 kilometer.

We kregen nu een andere gids, een vrouw met een Mexicaanse achtergrond; zij bleek een talenwonder, ze sprak vloeiend Duits, Engels, Italiaans, Frans, Spaans, Portugees en zelfs niet onaardig Nederlands. Het gezelschap was nogal als los zand bijeengeharkt, maar ze wist samen met de Chinese chauffeur het programma goed te laten verlopen.

We kwamen die avond aan bij een motel. We moesten ergens in de buurt gaan eten. Je kon daarbij alleen maar over een autoweg lopen, niet al te comfortabel dus. We kozen een dichtbij gelegen Koreaans restaurant. Terwijl we daar zaten begon het hard te regenen, echt te hozen. Ik zag er tegenop om terug te lopen, niet alleen vanwege het nat worden, maar vooral ook vanwege de angst op het natte asfalt te vallen of te struikelen. Gelukkig bood de eigenaar van het restaurant spontaan aan om ons naar het motel te brengen, in weersomstandigheden die aan het begin van de film ‘Psycho’ deden denken.

De dag daarop maakten we een rit naar het echte natuurpark, langs slingerende wegen, steeds verder de hoogte in; daar lagen nog restjes sneeuw. Na Las Vegas was het wel een verademing om bos- en berglucht te ruiken. We bezochten er het bezoekerscentrum van het park.

Daarna reden we naar San Francisco, naar een hotel in het centrum van de stad. De stad ligt ingeklemd tussen de zee en bergen en moet daarom compact blijven, in tegenstelling tot het zich steeds uitdijende Los Angeles. We aten er aan de Fishermans Wharf, met uitzicht  op de Grote Oceaan, de Pacific. Bij die werf zagen we op een pier zeehonden liggen, die hier permanent bivakkeren.

Met de reisleidster maakten we de volgende ochtend een excursie om meer van de stad en de directe omgeving te zien. Je hebt in Amerikaanse steden diverse culturen niet alleen door elkaar  maar ook letterlijk naast elkaar. Een Chinese wijk, een homodisctrict, Italianen bij elkaar etc. Die eigen buurten zijn precies afgebakend, het loopt niet in elkaar over. In de homowijk hingen veel regenboogvlaggen. Veel straten in de stad zijn zo steil, dat ik al hoogtevrees kreeg als we met de bus er overheen reden. De chauffeur reed overigens voorzichtig en stapvoets.

 Aan een ritje met de ‘Streetcar’  kon ik niet meedoen, omdat voor mij de instap te hoog was. Ik praatte ondertussen met de Chinese chauffeur over Amerika en China en hij zei dat China ‘will take over America’. Hij dacht dat het westen aan zijn eigen crisis ten onder zal gaan. Hij woonde nu al ruim 20 jaar in de ‘States’ en verdiende hier de kost, maar zijn hart lag bij China.

We reden over de beroemde Golden Gate Bridge en we bezochten het plaatsje Sausolito. Ook maakten we een rondvaarttocht, door de haven en langs het gevangeniseiland Alcatraz. We zagen luxe delen van de stad, maar ook ‘no go areas’, straten waar het voor toeristen niet al te veilig was.

Van San Francisco gingen we weer zuidwaarts. Van een graad of tien naar boven de twintig. We maakten een stop in Monterrey waar ooit het Monterrey pop festival werd gehouden. Regelmatig zagen we de Oceaan aan onze rechterzijde. Het meest spectaculaire uitzicht hadden we bij de ‘17 mile drive’. We sliepen een nacht in de ‘Santa Maria Inn’, een prachtig hotel van zo’n honderd jaar oud. Na het overlijden van Michael Jackson in zijn nabijgelegen landgoed ‘Neverland’ werd hier de persconferentie gegeven.

Onderweg maakte we nog stops in Carmel en Santa Barbara. Ik hoorde dat Doris Day in Carmel woont. Een groot deel van de stad is niet openbaar toegankelijk en bestaat uit ‘gated communities’, luxe buurten met een hek er om heen. Wij lunchten in het openbare gedeelte. Een andere ‘beroemdheid’, Nancy Reagan, de weduwe van Ronald, woont in de zonovergoten kustplaats Santa Barbara, een plaats met zeer veel zon. Ik zag dat het openbaar groen er door Mexicanen werd onderhouden. Zestig procent van de bevolking in Californië is van Spaans Mexicaanse herkomst, Spaans is er de tweede taal. De middenklasse en ‘upperclass’  spreekt ‘uiteraard’ Engels. De Mexicanen doen vooral het laaggeschoolde en vuile werk.

Halverwege de middag kwamen we weer in Los Angeles aan, bij het Biltmore Millennium, waar we nog twee nachten verbleven. Onze gastvrouw en gastheer zochten ons op in de luxe lobby van het hotel. We gingen met een bus naar het Union Station en het daar nabij gelegen ‘oudste’ deel van de stad, uiteraard van Mexicaanse oorsprong. De oudste bebouwing dateert er uit de achttiende eeuw. Voor middeleeuwse bebouwing moeten Amerikanen de oversteek naar Europa maken.

Het stereotype beeld dat ik had dat er in Los Angeles nauwelijks openbaar vervoer is, klopte ook weer niet helemaal. In de binnenstad reden de bussen af en aan, de ritprijs was er maar een fractie van wat wij in Nederland gewend zijn aan het openbaar vervoer te betalen, iets van vijfentwintig dollarcent voor een stadsrit. Ik had wel de indruk dat het openbaar vervoer er meer een armeluisimago heeft dan in Nederland.

We namen afscheid van onze gastvrouw en gastheer en daarna ook van de stad. Met een groepsbusje gingen we de volgende ochtend naar het vliegveld, vanwaar we de lange vlucht maakten.

Na de reis die we in 1978 naar de VS hebben gemaakt, was deze reis in 2010 de tweede en waarschijnlijk ook de laatste in die richting. In die ruim dertig jaar was ikzelf veranderd, ik had veel meer fysieke problemen met lopen gekregen. In Amerika viel me op dat de voorzieningen voor mensen met een beperking in het algemeen goed zijn en dat mensen ook attent zijn.  

Alles lijkt er groter en nadrukkelijker. Je ziet in de VS enorme kitsch zoals in Las Vegas, maar ook kunst van topniveau in het Getty museum.

Onze gastvrouw en gastheer kwamen nog wel eens in Nederland, maar zij waren inmiddels aan Californië verknocht geraakt, de Westcoast, de bergen, de grote oceaan, de vele zon, de warmte. Waar vind je in Nederland sinaasappels die je zo kunt plukken en eten?

 © José van Rosmalen, 2013

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 4 sterren
1 stem