Een Rotterdamse filmpionier

 

Op 14 mei 1886 werd Abraham Tuschinski in Polen geboren. Hij kwam in Nederland terecht en ging als achttienjarige jongeman  in 1904 in Rotterdam wonen.  Zijn naam leeft nog altijd voort in de Amsterdamse Tuschinski bioscoop. Toch was hij vooral een Rotterdamse ondernemer. Hij vestigde in het vooroorlogse Rotterdam maar liefst acht bioscopen, waarvan het Grand Theater de beroemdste was. Andere bekende bioscoopnamen waren Thalia, Scala, Olympia en Cinema Royal. Zijn handelsmerk was dat de bioscopen er tiptop uitzagen en prachtig waren ingericht.

In die jaren waren bioscopen de enige plek waar mensen bewegende beelden konden zien. De tv bestond nog niet. Dat maakte het bioscoopbezoek populair. Je kon, als je niet veel te besteden had op goedkope plaatsen gaan zitten, wel met het nadeel dat je dan erg dichtbij het filmdoek zat. Maar je was een avondje uit!  Bij de stomme films zonder geluid  speelde  vaak een klein orkest mee. Dat was al een attractie op zich. Later kwamen de sprekende films!

Tuschinski was meer dan een bioscoopbaas.  Hij wilde ook zijn sociale hart tonen. Hij nam het initiatief tot het Bio-vakantieoord, dat in 1927 werd opgericht. Tot in de jaren negentig werd daarvoor in bioscopen gecollecteerd. De iets ouderen herinneren zich dat nog goed.

In de jaren dertig, de crisisjaren, ging het Tuschinski minder voor de wind, maar de bioscopen stroomden nog altijd vol. In het Grand Theater was er maar liefst plaats voor 1600 mensen.  In die tijd kwam Hitler in Duitsland aan de macht en kwam in Nederland de NSB op.  Als Poolse jood kreeg Tuschinski met vooroordelen te maken. Een première in zijn Amsterdamse theater werd in 1936 hardhandig verstoord door leden van het ‘Zwart Front’,  een club die met Nazi-Duitsland sympathiseerde.

Op zijn vierenvijftigste verjaardag, 14 mei 1940, werd Rotterdam gebombardeerd. Alle Rotterdamse bioscopen van Tuschinski werden toen in een klap vernietigd. Zijn Amsterdamse bioscoop werd door een andere maatschappij overgenomen en omgedoopt tot ‘Tivoli’.

Hij en zijn vrouw probeerden naar Amerika te vluchten, maar ze werden bedrogen met valse papieren.  Twee jaar later werden ze naar Westerbork en vervolgens naar Auschwitz gedeporteerd. Daar stierf Tuschinski in de gaskamer, in het land waar hij zesenvijftig jaar daarvoor was geboren.

Zijn betekenis voor de Nederlandse film en voor de cultuur in Rotterdam mag niet worden uitgewist. Rotterdam is ook nu nog een belangrijke filmstad, met enkele mooie theaters en met een groot filmfestival. Tuschinski stond aan de wieg daarvan! 

Het wordt tijd voor een Rotterdamse straatnaam of tenminste een standbeeld om zijn betekenis voor Rotterdam blijvend te onderstrepen.

 

Informatie ontleend aan Nelleke Manneke - Het grootste van het grootste : leven en werk van Abraham Tuschinski (1886-1942) en checkpunt geschiedenis Rotterdam

 

© José van Rosmalen, 2014

 

 

 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 4 sterren
1 stem