Sta op tegen pesten

 

Minister  Asscher heeft aangekondigd dat hij het pesten in werksituaties wil aanpakken. Uiteraard juich ik dat toe, maar ik denk wel dat het makkelijker gezegd is dan gedaan. Het is een onderwerp waar je niet makkelijk greep op krijgt. Iemand die een ander pest, komt daar meestal niet voor uit, loopt er niet mee te koop.

Er zijn diverse vormen en manieren om iemand te pesten. Ik noem er een aantal:

Iemand niet serieus nemen, niet echt naar hem luisteren, zijn of haar opmerkingen belachelijk maken.

Iemand negatief beoordelen vanwege zijn uiterlijk of vanwege bepaalde kenmerken, waaraan hij of zij niets kan doen, bijvoorbeeld een handicap, kleding of uiterlijk.

Over iemand praten en niet met iemand praten, zijn of haar gedrag interpreteren zonder na te gaan of dit enige grond heeft.

Iemand stelselmatig niet groeten, negeren, zelfs ‘als lucht behandelen’ omdat hij of zij immers toch niet deugt.

Iemand intimideren door grof taalgebruik of zelfs fysieke bedreiging.

Iemand vernederen door hem of haar bij sociale activiteiten buiten te sluiten.

Dergelijk pestgedrag komt niet zo maar uit de lucht vallen, het komt geleidelijk tot stand in een groep mensen waar er grote frustraties leven en waar goed leiderschap ontbreekt. Ook dan is het nog geen natuurwet dat het gebeurt, maar er is wel een voedingsbodem. Het woord ‘plagen’ kan nog iets onschuldigs hebben, je moet als volwassene immers tegen een stootje kunnen, het was immers maar ‘een geintje’ om jou een speelgoedtelefoon te geven in plaats van een gewone telefoon. Al gauw is het geen geintje meer en heeft pesten ernstige gevolgen. Echt pesten is een kwaad dat het levensgeluk van mensen ondermijnt.

Degenen die anderen pesten kunnen daar een korte termijn bevrediging aan ontlenen. Je kunt je immers verheven voelen boven die ‘schlemiel’ of die ‘truttenbol’ die met zich laat sollen, die je kunt minachten zonder daar zelf gevolgen van te ondervinden. Toch maakt ook pesten de pesters niet echt gelukkig, omdat zij diep in hun hart voelen dat er iets in hun gedrag niet klopt, dat ze hun eigen frustraties afwentelen en zich begeven op het hellende vlak van het zondebokdenken.

Als je lid bent van een groep waarin dergelijke dingen gebeuren, zou je kunnen zeggen dat er daders zijn en slachtoffers, maar ook omstanders, de mensen die niet pesten en niet gepest worden en soms maar nauwelijks in de gaten hebben wat er gebeurt. De slachtoffers voelen zich vaak nog het meeste pijn gedaan door degenen die het niet zien of niet willen zien. De vertwijfeling en de wanhoop spreken ze voor zichzelf uit in de zin, waarom deden jullie niets, waarom kwamen jullie niet op voor mijn rechten als mens, waarom lieten jullie mij doodvallen, toen ik moe en uitgeput was?

Het is goed als de overheid hier iets aan wil doen, maar makkelijk is het niet. Als een organisatie echt verziekt is door machtswellust en gebrek aan open communicatie, worden mensen machteloos. Het probleem is dat iedereen die er werkt erdoor geïnfecteerd wordt en in zekere zin onderdeel van het systeem wordt. Bijna niemand is het gegeven om er als het ware boven of buiten te staan.

Het is goed als de ‘ buitenwereld’ dan ingrijpt. Zeker organisaties die met de rug naar de buitenwereld gaan staan mag je best een beetje wantrouwen. Mijn advies is als je ziet dat er gepest wordt: zwijg niet, laat je niet inspinnen door de rechtvaardigingen van onbehoorlijk gedrag van degenen die pesten. Bovenal, kijk mensen in de ogen, kijk niet weg! Van het loochenen van mensen en menselijkheid wordt niemand beter.

 

c José van Rosmalen,  2015

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 4 sterren
1 stem