Cultureel erfgoed

.
 
 
 

In Amsterdam hebben we het Tropenmuseum. In Den Haag staat het huis waar de schrijver Louis Couperus heeft gewoond. Wat hebben die twee dingen met elkaar te maken? In beide gevallen speelde Egypte een rol. In beide gevallen gaat het om hoe we omgaan met historisch erfgoed.
In het Tropenmuseum vind je voorwerpen en verhalen uit de hele wereld. Het is een vindplaats voor informatie over allerlei culturen. Helaas is er daarbij ook veel materiaal uit Nederland verdwenen. Het Tropenmuseum had tot voor enkele jaren een zeer omvangrijke bibliotheek, met een geschatte waarde van 100 miljoen euro. Het ging maar liefst om 7 kilometer lengte aan boekenplanken. De Nederlandse overheid vond het niet langer nodig om deze collectie te handhaven. Het zag er naar uit dat veel boeken zouden moeten worden vernietigd. Zo ver is het uiteindelijk niet gekomen, dankzij…Egypte. Daar zijn de meeste boeken en documenten naar toe gegaan, naar de stad Alexandrië. Ze blijven daar toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek, maar voor de meeste Nederlanders is het niet weggelegd om daar eens te gaan ‘neuzen’.
Kleinere delen van de collectie zijn wel in Nederland gebleven. Zo kreeg het Rotterdamse Maritiem museum 3800 publicaties over de maritieme en scheepsgeschiedenis.
Louis Couperus was een Hagenaar en ook een wereldburger. Zeker voor de tijd waarin hij leefde, was hij een zeer bereisd man. Hij werd geboren in 1863 en overleed in 1923, net zestig jaar oud. Veel van zijn werk is nog goed leesbaar en heeft een thematiek die ook nu aanspreekt. Zo las ik recent de roman ‘Noodlot’, die in 1890 uitkwam. Het boek heeft drie hoofdpersonen, twee mannen en een vrouw. De twee mannen, Frank en Bertie, waren ooit studiegenoten en vrienden, maar Bertie is aan lager wal geraakt en doet een beroep op de goedheid van zijn vroegere vriend. Frank gaat daarop in. Bertie probeert vervolgens geleidelijk aan de relatie tussen Frank en zijn vriendin kapot te maken en schuwt daarbij geen enkel middel, ook niet list en bedrog. Uiteindelijk eindigt het verhaal voor alle drie noodlottig. Het boek is spannend geschreven en leest als een pageturner.
Couperus schreef dit boek als jonge man in het monumentale huis op het adres Surinamestraat 20 in Den Haag. Dat huis werd in 1884 aangekocht door zijn vader. Later was in dit pand de Egyptische ambassade gevestigd. Niet ver daar vandaan is er een klein Couperusmuseum.
Een actiegroep heeft zich beijverd om het huis waar Couperus woonde tot een Couperushuis te maken, met daarin ook het museum. Dat lijkt me een goed idee, maar waarschijnlijk komt het er niet van, omdat er geen financiering voor wordt gevonden.
Couperus hoort tot de literaire reuzen van Nederland. Die zijn op de vingers van één of twee handen te tellen Ik denk in ieder geval naast Couperus aan Multatuli, Vestdijk, Haasse, Mulisch en Hermans.
Het huis aan de Suriname staat nu al jaren leeg en dreigt in verval te raken.
Nederland laat honderdduizenden boeken naar Egypte verschepen en laat toe dat een monumentaal historisch pand niet goed wordt benut.
We zouden het culturele erfgoed in Nederland wel wat meer mogen koesteren!

 

c  José van Rosmalen, 2015