Barcelona, 2009

 

Van 7 tot met 11 oktober 2009 bezochten mijn echtgenote en ik Barcelona; de
aanleiding was dat het Rotterdams filharmonisch orkest daar op 8 oktober optrad in het beroemde en schitterende Palau de la Musica en dat we via de
vriendenvereninging van het Rotterdams filharmonisch orkest op de reis die Hannick organiseerde attent waren gemaakt. We hadden nog niet eerder kennisgemaakt met Hannick en het leek ons wel wat om met Hannick Yannick ( Neget Seguin) met zijn orkest in Barcelona in actie te zien. Barcelona stond bovendien al enige tijd op ons lijstje van steden die we graag eens wilden zien, dus de combinatie van mooie muziek en een aanlokkelijke stad was voor ons de reden deze reis te maken. Ik ben zelf slecht ter been en loop buiten met een kruk; daarom heb ik van te voren geinformeerd naar voor mij geschikte zitplaatsen die ik met zo min mogelijk traplopen zou kunnen bereiken. Dit is goed gelukt. Het Palau de la Musica is een belevenis op zich, het is nu precies een eeuw geleden als muziekpaleis geopend en het heeft een
art nouveau interieur met een prachtige dakkoepel. We zaten op de eerste ring en we keken zo op de partituur van de dirigent. In het vuur van de negende van Mahler sloeg hij een keer de bladzijden te snel om, maar hij corrigeerde zich direct. Daaraan voorafgaand waren we bij de repetitie aanwezig, waarin nog even wat overgangen werden doorgenomen. Al dirigerend sprong Yannick van het podium om het geluid vanuit de zaal zelf te ervaren, met een souplesse die alleen een jonge man kan opbrengen.
Een moderne tegenhanger van het muziekpaleis is het auditorium dat nu zo'n tien jaar bestaat en dat de thuisbasis is van het Barcelonees filharmonisch orkest, dat nu optrad met Sarah Chang, de Amerikaans-Koreaanse violiste die in 2008 soliste was bij het Prinsengrachtconcert. Ook dit concert was een belevenis om mee te maken.

Met de naam Barcelona zijn ook wereldberoemde kunstenaars verbonden; Picasso
ontwikkelde er zijn talent, de grootste collectie van Miro is ondergebracht in een museum op de Montjuich, een heuvel met diverse parken en belangrijke culturele voorzieningen en Gaudi zie je eigenlijk overal terugkomen. We hebben die vier dagen niet stil gezeten, want we hebben het Picasso museum, het Miro museum en de Sagrada Familia bezocht, de grote kerk waar Gaudi eind negentiende eeuw mee begon en waar nu nog steeds hard aan gewerkt wordt. Het is een grotesk bouwwerk,het ziet er uit als een heilige plaats, maar ik kreeg ook associaties met de Deltawerken, omdat er in en rond de kerk grote bouwkranen staan en er wordt getimmerd en geboord. Je zou je niet kunnen voorstellen dat zoiets in Nederland zou worden gerealiseerd, want ik denk dat de utopische droom van Gaudi toch ooit echt af komt en dat dan vervolgens de restauratie natuurlijk steeds weer door moet gaan.
Op de laatste dag van onze reis, de zondagochtend hebben we nog een ander
museum bezocht, het Catalaaans nationale museum dat vanaf de Plaza Espana met een reeks roltrappen omhoog te bereiken is. Van de collectie bezochten we de uitgebreide verzameling religieuze kunst van de 13e tot met de 17e eeuw; in Nederland zijn er veel kerkelijke kunstschatten door de Beeldenstorm verloren gegaan, in Spanje is hiervan heel veel bewaard gebleven. Ik was onder de indruk van de kleuren van de schilderijen, de keramiek en de beeldhouwwerken en ik heb het idee dat de kleurenrijkdom van Miro, Picasso en ook Dali wel teruggaat op deze oude Spaanse kunst, maar dat is een amateurtheorie, die door grotere kunstkenners dan ik wellicht zal worden bestreden.

We logeerden deze dagen in het zogeheten B-hotel, vlak bij de Plaza de Espana,naast de arena die nu wordt gerenoveerd en waar overigens geen stierengevechten meer plaatsvinden. In het Catalaanse deel van Spanje kijkt men toch wat kritischer aan tegen het stierenvechten dan in bijvoorbeeld Andalusie. De naam B-hotel moet zeker niet de suggestie wekken dat het om een B-categorie zou gaan, het is een middelgroot, mooi ingericht hotel met een zwembad en dakterras op de 8e
verdieping, vooral 's avonds een romantische plek. Je voelt in Barcelona wel dat je in Catalonie bent, met een eigen taal en cultuur. In de tijd dat Franco de scepter in Spanje zwaaide kreeg het Catalaans geen kans, nu zie je overal Catalaanse opschriften. Op de Plaza Espana staat een hotel met daarop als tekst Plaza Catalunya, alsof men liever ook dit plein naar Catalonie zou hebben genoemd.

Hiermee heb ik nog niet eens alles beschreven dat we hebben gedaan. We zijn nog met een kabelbaan naar het kasteel op de Montjuich geweest, we hebben natuurlijk op de Ramblas gelopen, we hebben gezellig tapas gegeten, we hebben met een Spaans Nederlandse gids gewandeld door de gotische wijk, waar we in straatjes kwamen die je zelf niet gauw zou ontdekken. De gids vertelde dat voor mensen die niet konden lezen het eenrichtingverkeer in de smalle straatjes werd aangeduid met borden met een paard en ruiter die in een bepaalde richting lopen. Ook werden we rondgeleid in het Liceu theater uit de 19e eeuw, dat al twee keer is afgebrand. Annex dit theater is er een particuliere vereniging van welgestelde mensen uit Barcelona,met drie clubruimtes vol schilderijen aan de wand, voornamelijk met aantrekkelijke
dames. Het is overigens wel een club in de nette zin van het woord, waarvan ik vermoed dat deze vooral mannelijke leden heeft, die gezien de lucht in de ruimtes ook wel van een sigaar houden.
In vier dagen kun je veel boeiende indrukken opdoen, het reisgezelschap en vooral ook Hanneke, de gids van Hannick hebben er veel toe bijgedragen dat alles goed verliep.Dus wie weet, ooit weer met Hannick naar Yannick!