De Rotterdamse jaren van Willem Elsschot

 

 

Een van de  bekendste Vlaamse schrijvers uit de twintigste eeuw is Willem Elsschot, de schrijversnaam van Alfons de Ridder. Hij debuteerde in 1913 met het boek Villa des Roses, dus nu precies een eeuw geleden. Het verhaal speelt in een pension in Parijs, waar hij eerder verbleef. Hij schreef dit boek in Rotterdam, waar hij van 1908 tot 1911 woonde, onder meer in de Snellinckstraat in het Oude Westen. Hij werkte toen als correspondent bij verschillende scheepswerven. Een oudere collega bij de scheepswerf Gusto, ‘juffrouw’ Anna van der Tak, bracht Elsschot op het schrijverspad. Bovendien leerde hij van haar om als Vlaming meer ‘Hollands’ te schrijven. Zijn debuutroman is dan ook aan haar opgedragen.  Hij vernoemde ook zijn jongste dochter naar haar. Dit geeft aan hoezeer hij haar waardeerde.

In zijn Rotterdamse periode schreef Elsschot niet alleen een roman maar ook een aantal gedichten. De pas enige jaren getrouwde Elsschot maakte  toen ook zijn beroemdste gedicht ‘het huwelijk’, een cynisch gedicht over een lange huwelijksrelatie. In dit gedicht komt ook zijn meest geciteerde uitdrukking voor: ‘want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’.

Een van Elsschot bekendste werken, ´Kaas´,  is geïnspireerd op zijn Rotterdamse jaren. Het speelt bij een bedrijf dat sterk doet denken aan de werf Gusto. Ook in dit boek noemt hij ´juffrouw van der Tak´. (‘van juffrouw Van der Tak krijg ik een chocolaatje, telkens als zij er zelf een neemt’).

Elsschot kwam in latere jaren vanuit Antwerpen nog verschillende malen in Rotterdam. Vlak voor de tweede wereldoorlog las hij in de Erasmuszaal van de Gemeentebibliotheek voor uit eigen werk. In 1957, drie jaar voor zijn dood, werd in de Bijenkorf in Rotterdam het eerste exemplaar van zijn Verzameld Werk aangeboden. Simon Carmiggelt heeft deze bijeenkomst beschreven. Elsschot had niet alleen zijn kinderen maar ook zijn kleinkinderen met aanhang meegenomen. Omdat hij een ‘kroostrijk’ gezin had, was dat een uitgebreid gezelschap. De grote zaal van de Bijenkorf zat dan ook mudvol.

Voor Elsschot is het schrijven altijd iets geweest naast zijn gewone leven, zijn baan, zijn gezin. In het literaire werk bleef hij vaak dicht bij dat leven en spaarde hij zichzelf geenszins. Een belangrijk thema is het gebruik maken van de goedgelovigheid van mensen en daarmee geld verdienen. Dat deed hij zelf ook als zakenman, maar in ‘zijn betere ik’ als schrijver was hij daarover juist openhartig. Hij schreef over wat hij meemaakte. Met zijn sobere realistische stijl, is hij ruim vijftig jaar na zijn dood, nog altijd zeer goed leesbaar.

Rotterdam heeft in zijn jonge jaren een belangrijke rol in zijn leven en werk gespeeld.

Hieronder een link naar een gedicht, waarin Elsschot vele jaren later afrekent met een Rotterdamse baas uit die tijd, die zijn medewerkers uitbuitte.

In 1962 werd op de Snellinckstraat 49 a een gedenkplaat ter ere van Elsschot onthuld.

http://4umi.com/elsschot/brief

 

.