W.F. Hermans, Houten leeuwen en leeuwen van goud

 

image

In 1979 publiceerde Hermans deze bundel met kritische stukken. Ze gaan voornamelijk over taal en literatuur, een onderwerp dat mij aanspreekt. Hij maakt zich boos over spellingswijzigingen omdat de literatuur daardoor sneller veroudert. Er staan mooie stukken in over diverse schrijvers, zoals de negentiendeeeuwse de Schoolmeester, over Van Oudshoorn, over Jacob Israël de Haan, over Lodewijk van Deijssel met zijn roman ‘ de liefde’. Hier toont Hermans zich oprecht geïnteresseerd in het oeuvre van deze bijna vergeten schrijvers. Ook komt hij uitgebreid terug op zijn stokpaardje, de Weinreb affaire. Hermans heeft door zijn polemiek bijgedragen tot de ontmaskering van deze charlatan, die door sommigen ten onrechte als een held werd beschouwd, waaronder Renate Rubinstein en Aad Nuis. Minder vrolijk word ik van een stuk waarin hij de schrijver en dichter Cees Buddingh de grond in boort. Daar heeft Buddingh onder geleden. Het verstandigste is het om Hermans te blijven lezen, maar hem niet altijd serieus te nemen. Hij zat er ook wel eens naast, ook al luidde een van zijn boektitels ‘ ik heb altijd gelijk’. Soms had hij dat wel, zoals bij de Weinrebaffaire is aangetoond. En scherp schrijven kon hij zeker.