Herman Gorter, Verzen

 

Book Cover

Herman Gorter hoorde bij de dichters en schrijvers die de Tachtigers werden genoemd, naar de tachtiger jaren van de negentiende eeuw. Door Willem Kloos werd zijn poëzie getypeerd als de allerindividueelste impressie van de allerindividueelste emotie. Gorter was een sportieve man die zich lichamelijk en zinnelijk wilde uiten, ook in zijn poëzie. Hij schilderde met woorden en schiep zijn eigen taal, als je de gedichten hardop leest, neemt de cadans je mee.

Een voorbeeld:

De lucht was fijn. Avond.
Zon weg. Een schijnavond-
een veld groen koren, goudzilver
onder golflichtgeschilver.

Een grijze geit en een geitje,
en ‘n grijsblond borstbloot meisje
dwars op haar knietjes-
zo met hun drietjes

Een sprong van ‘t kleine geitje
een woord van ‘t kleine meisje
‘t oog groot en het vel blond-
alles onbewogen, bezond.

Je ziet: ongebruikelijke woordcombinaties, nieuwe woorden, uitbundig taalgebruik. Latere dichters zijn hierdoor geïnspireerd. Soms schiet de uitbundigheid voor de hedendaagse lezer door, maar je kunt zijn verzen nog altijd lezen als een taalfeest.