Jong en oud

 

In 1975 ging ik in Rotterdam wonen en werken. Ik heb in de jaren daarna veel cursussen Pensioen in Zicht gegeven aan oudere Rotterdammers.  Dat waren mensen die in de jaren tien en twintig van de vorige eeuw zijn geboren, dus al weer bijna een eeuw geleden. De meeste van die Rotterdammers leven niet meer. Maar ik ben ze niet vergeten. Als jonge man probeerde ik hen iets te leren, voor zover dat in mijn vermogen lag. Bijvoorbeeld hoe ga je er mee om als je werkritme wegvalt, wat zijn er allemaal voor nieuwe mogelijkheden straks? In die tijd was het huwelijk nog wat traditioneler dan nu, veel vrouwen zagen zichzelf  in de eerste plaats als moeder en huisvrouw. Zij kregen dan na het pensioen ‘een man over de vloer’, soms iets meer dan hen lief was. Dat was dan weer lastig om tegen hem te zeggen.

Zelf heb ik van die oudere Rotterdammers heel veel geleerd. Van de mannen die in de scheepsbouw werkten of bij Gemeentewerken. Van de vrouwen die de oorlog als jong volwassene hadden meegemaakt. Van de individuele verhalen en geschiedenissen. Zo herinner ik me een portier die vertelde hoe zwaar de nachtdienst was met de beeldende uitdrukking, ‘de zevende nacht helpt God je de brug over’ . Of de vrouw die met door haar meegebrachte muziekinstrumenten een hele cursusgroep aan het musiceren zette; zij wist een vonk van creativiteit over te brengen. Vele jaren later, eind jaren negentig bezocht ik een reünie van een cursusgroep in de Vergeetmenietstraat, in dit verband een symbolische naam. Die straat ligt in Schiebroek. Daar was de oude muzikante met een aantal andere nog levende deelnemers van die cursusgroep. Zij was opnieuw de gangmaakster. Enige maanden later overleed zij.

Zo kijk ik terug op een schat aan ervaringen met veel oudere Rotterdammers. We leven nu zo’n dertig jaar later en we zijn een generatie verder; zelf ben ik inmiddels met pensioen. Nu zou ik, denk ik, wat anders omgaan met zo’n cursus,  meer gevoed door eigen inzicht en ervaringen. Nu ik zelf ouder ben weet ik nog beter hoe belangrijk het is dat je contact hebt met jongeren èn ouderen. Je leert als oudere immers ook weer van de twintigers en dertigers van nu, je blijft niet stilstaan. Wie weet denken de jongeren van nu in 2050 met lichte weemoed aan die oudere generatie van 2012 en zeggen zij dan ‘ik heb toch wel wat van hen geleerd’.  ‘Zij hebben nog het grote popfeest in het Kralingsebos meegemaakt en de Rolling Stones zien optreden. Die generatie heeft het pas zwaar gehad! Ja jongelui, denk daar maar eens aan’, zeggen ze tegen de twintigers van dan! Zo zal in het echt wel niet gaan, maar jong en oud zullen elkaar steeds nodig hebben!

© José van Rosmalen