Mensje van Keulen, Allemaal tranen

image

Dit boek van amper 90 bladzijden bevat 21 verhalen, merendeels korte verhalen dus. Ze ademen de sfeer van eind jaren vijftig, begin jaren zestig, de tijd van petticoats en de jeugdige popheld Elvis Presley. Mensje schrijft realistische verhalen, enigszins mistroostig, over een rauwe maatschappelijke werkelijkheid. Het langste en volgens mij sterkste verhaal is Tigertits Rosie, over de ikfiguur en haar vroegrijpe vriendin die wegens dronkenschap door politiemannen naar het bureau worden meegenomen. Een van de agenten zit aan haar borsten te friemelen. Als ze er later wat van zegt krijgt ze op haar kop omdat ze een politieman beledigt. Het was ‘laster’. Mensje schrijft dit op zonder te moraliseren, maar als lezer voel je dat dit echt zo gebeurd is en dat een jong meisje gewoon niet geloofd werd en dus niet serieus werd genomen. De verhalen zijn portretjes, inkijkjes in een wereld van zo’n zestig jaar geleden, met armoede en kleinburgerlijkheid en jonge mensen die hun eigen weg probeerden te vinden.