Rutger Bregman, De meeste mensen deugen

 

image

 

Ik ben begonnen met 'de meeste mensen' deugen. Rutger Bregman poneert de titel als een stelling, omdat 'we' vaak intuïtief van het tegendeel overtuigd zijn. Als je het nieuws volgt hoor en zie je veel ellende, oorlogsslachtoffers, geweld, oplichting, nooit het is vrede in Purmerend. Een sterk hoofdstuk gaat over de roman 'Heer van de Vliegen' van Golden waarin zes jongens na een vliegtuigongeluk elkaar naar het leven staan. Bregman zocht of deze fictie zich ook wel eens in werkelijkheid heeft voorgedaan en vond het verhaal van zes jongens die met een gammele boot op een eiland waren aangespoeld en na ruim een jaar door een kapitein waren opgepakt. Ze hadden elkaar gesteund en geen kwaad gedaan. Bregman bezocht de inmiddels oude kapitein en een van de zes jongens.
Bregman noemt twee invloedrijke filosofen met een tegenstrijdig wereldbeeld: Hobbes en Rousseau. Hobbes, de pessimist die uitgaat van het egoïsme van de mens, Rousseau die meent dat de mens in aanleg goed is. Hobbes speelt een belangrijke rol in ons economisch denken, Rousseau in ons pedagogisch denken.

Ik vind het een leerzaam boek is en het is ook toegankelijk geschreven. Ik ga de komende dagen verder met lezen. Niet zo lang geleden las ik het boek 'de apenplaneet' die sterk op onze aarde lijkt, maar waar de apen het voor het zeggen hebben en de mensen in kooien worden opgesloten. Heel realistisch beschreven allemaal. Als de revolutie net iets anders was gelopen had het zo maar gekund!
Overigens weet ik ook van psychologische experimenten waarbij proefpersonen werden aangemoedigd een hen niet bekende persoon een stroomstoot te geven. Die stroomstoot was niet echt, maar de proefpersonen wisten dit niet. Sommigen waren bereid een 'dodelijke' stoot te geven, alleen maar om de proefleider te gehoorzamen. Dit 'bevel is bevel denken is helaas ook iets menselijks. Maar: er zijn mensen die dan weigeren.


De kracht van het tweede deel vind ik zitten in het opnieuw kijken naar de onderzoeksopzet en de verzameling van data uit enkele onderzoeken die tot de 'canon' van de sociale psychologie zijn gaan behoren. Het is al weer ruim vijftig jaar geleden dat ik dit vak studeerde. Het gaat om studies naar de bereidheid van mensen om onder omstandigheden andere mensen te martelen door hen pijn te doen, om de neiging van omstanders bij een ongeluk om niet in te grijpen en om een experiment waarbij studenten werden verdeeld in 'gevangenen' en 'bewakers'. In alle drie de experimenten kwam niet zo'n positief mensbeeld naar voren. Bregman ging terug naar de bronnen en kwam tot de conclusie dat ijdelheid en de zucht naar roem bij wetenschappers en journalisten een belangrijke rol bij hun iconische verhalen hebben gespeeld. De onderzoeksleiders hadden bijvoorbeeld erg veel druk op mensen uitgeoefend om stroomstoten toe te dienen. Ook de studenten die bewakers moesten spelen werden onder druk gezet. Het omstandereffect blijkt in de praktijk ook genuanceerder te liggen. Ik vind dat Bregman interessant materiaal aanreikt, Maar dat is nog niet voldoende om het idealisme van Rousseau te omarmen, 'de mens is van nature goed'. Ik geloof meer in vele potenties in de zin van goed en kwaad. Als mensen elkaar uitsluiten en zichzelf superieur achten, ligt het kwaad op de loer. Ik lees verder!
Ik merk dat ik niet denk dat de mens van nature goed is en ook niet dat de mens van nature slecht is.

.
In dit derde deel gaat het tiende hoofdstuk over Amerikaans onderzoek hoe Duitse soldaten in de tweede wereldoorlog zo goed konden vechten. Waren zij verblind door een nazistische ideologie? Waren zij gedreven door vaderlandsliefde? Dat bleken niet de verklarende factoren te zijn. Het ging bij hen om vriendschap, om het je kameraden niet in de steek laten. Ook bij Amerikaanse militairen bleek de loyaliteit ten opzichte van je makkers een cruciale rol te spelen. Mensen hebben de neiging meer op te hebben met hun soortgenoten dan met ‘vreemdelingen’, dat kun je al constateren bij menselijke baby’s, Onbekend maakt onbemind. Dat kan tot xenofobie en racisme leiden. Mensen zijn makkelijker in staat iemand te doden of te verwonden die ver van hen afstaan. Mensen kunnen ook door indoctrinatie of drugs over hun grenzen gaan.
Het elfde hoofdstuk gaat over Machiavelli en over hoe macht corrumpeert. Machthebbers kunnen zich arrogant en weinig invoelend gaan gedragen. Je hebt ook psychopathische machthebbers die voortdurend manipuleren en er van houden om andere te kleineren. Denk aan Donald Trump.
Bregman vergelijkt mensen ook met apen, chimpansees en bonobo’s. De chimpansees zijn meer ‘machiavellistisch’ dan de meer vriendelijke bonobo’s.
In hoofdstuk 12 besteedt Bregman aandacht aan de Verlichting, die de rede, het verstand op de voorgrond zette. Macht moest worden gecontroleerd door tegenmacht, wetten moesten ook de belangen van minderheden waarborgen. Bregman vindt dat de bestaande instituties nog te veel van wantrouwen uitgaan. Zouden ze niet meer van het goede in de mens moeten uitgaan?
Dat wil hij in de volgende delen onderzoeken. Ik ben benieuwd naar zijn antwoorden.

In het vierde deel, ‘een nieuw realisme’ komt het belang van vertrouwen aan de orde. Als je mensen vertrouwt gaan ze zich ook betrouwbaarder gedragen. Als een onderwijzer denkt dat hij of zij met slimme kinderen te maken heeft, scoren ze beter op testen. Dat geldt ook voor werksituaties. Bregman portretteert Jos de Bok, die de kleinschalige en niet hiërarchische buurtzorg introduceerde. Daarmee oogste hij veel succes, omdat het in de praktijk bleek te werken. Als je mensen als domme schapen behandelt, gaan ze zich als kuddedieren gedragen, als je vertrouwen schenkt krijg je vertrouwen terug. Het veertiende hoofdstuk heeft als titel, ‘Homo Ludens’, de spelende mens, een begrip dat de historicus Huizinga in 1938 introduceerde. Kinderen speelden vroeger meer buiten dan nu. Ik kan me dat uit de jaren vijftig nog goed herinneren. Je zocht het avontuur op straat, bijvoorbeeld op een afgelegen zandveldje. Kinderen hebben behoefte hun fantasie uit te leven. Daar is het risico op pesten minder groot dan in een strak geordende omgeving. Bregman bespreekt als voorbeeld de Agoraschool in Roermond.
Ook in de politiek kun je meer van vertrouwen uitgaan. Dat wordt besproken in hoofdstuk 15, ‘Zo ziet echte democratie er uit’. Hier worden voorbeelden besproken van echte bewonersparticipatie. Als burgers echte verantwoordelijkheid krijgen, nemen zij verantwoorde besluiten. Ze denken dan niet primair aan hun eigen belang. Er is alternatief voor de uitersten, het communisme en het kapitalisme. Een nieuw realisme is niet ‘links’ of ‘rechts’, zo houdt Bregman de lezer voor.

In dit laatste deel komt Bregman met voorbeelden hoe je polarisatie en verharding kunt doorbreken. In Noorwegen is er een gevangenis, Halden, waar de gevangenen relatief veel vrijheden hebben. Bewakers hebben veel contact met hem. Dat leidt tot betere resultaten dan het zo strenge Amerikaanse systeem. Minder recidive, minder agressie, betere integratie in de maatschappij. De zogenaamde zero tolerance benadering klinkt stoer, maar is weinig effectief. Mensen worden dan voor onzinnige vergrijpen veroordeeld.
Een goed voorbeeld van de andere wang toekeren is Nelson Mandela, die actief toenadering zocht tot de blanke leiders en niet rancuneus handelde omdat hij tientallen jaren op het Robbeneiland gevangen had gezeten. Er ontstond respect tussen deze mannen. In de eerste wereldoorlog met de loopgravenoorlog ontstond er rond Kerstmis 1914 verbroedering tussen Duitsers en geallieerden, niet aan de militaire top maar bij gewone soldaten. Ze zongen samen kerstliedjes.

In de epiloog geeft Bregman tien levenswijsheden, die tevens de hoofdlijnen van het boek samenvatten. Vermijd het nieuws als je dat niet vrolijk stemt. Wees realistisch, doe het goede, vertrouw jezelf en elkaar.
Alles bijeen een indrukwekkend boek met veel invalshoeken. Af en toe daardoor overdonderend en het laat ook best veel vragen open. Maar de moeite van het lezen waard.