Wie is?

‘ Zie je dat daar.‘
‘Wat hebben die beesten nu weer uitgevreten?’
‘De hele tuin ligt er vol mee.’
‘Ze doen hun werk ’s nachts, overdag zie je ze niet, de stiekemerds.’
‘Net als bij Linda en John, vanwege hun naam.’
‘Moeten we nou zo het nieuwe jaar beginnen?’
‘Ik ben bang van wel, liefje.’
‘Dan had ik liever een huis zonder tuin.’
‘Ik vrees dat ze ook de komende nacht niet wegblijven.’
‘Kunnen we ze lokken of vangen, weet je geen list?’
‘Als man sta ik nu ook met de rug tegen de muur.’
‘En vrouwelijke charmes helpen hier helemaal geen steek.’

‘Hebben we geen hoop meer dan?’
‘Dat is juist het probleem, de tuin is een en al hoop!’

 

José van Rosmalen,  2014