Mag het ietsje minder zijn?

 

In de periode tussen 1960 en 2000 nam de welvaart in Nederland sterk toe. De meeste mensen konden zich steeds meer luxe veroorloven, zoals een buitenlandse vakantie, af en toe uitgaan en allerlei goederen aanschaffen.  Met een mooi woord noemen we dat consumeren. De laatste jaren neemt de welvaart echter niet meer toe en is er voor veel mensen zelfs sprake van financiële achteruitgang. De pensioenen blijven achter bij de prijsontwikkeling, mensen krijgen later AOW, de zorgkosten gaan omhoog. Veel ouderen maken zich zorgen. De ouderenpartij wordt daardoor populair! Overigens krijgen zeker ook jongeren met meer kosten te maken.

We kunnen de afname van de welvaart ervaren als iets bedreigends, maar ik wil de vraag stellen of er ook niet voordelen zijn als je wat  minder consumeert, dus ‘consumindert’.  Dan heb ik het niet over mensen die echt arm zijn, mensen die op een minimumniveau leven of spullen krijgen van een voedselbank. Het is een belediging om van hen te verlangen het nog zuiniger aan te doen.  Ik denk wel aan mensen die in een positie verkeren zoals ik zelf, waarbij je elke dag van de week vlees kunt eten, af en toe uit kunt gaan en ook wel eens een reisje kunt maken. Als je dan hier en daar een stapje terug doet hoeft dat zeker niet te leiden tot een minder leuk leven.

De totale Nederlandse consumptie eist zijn tol. Het wereldnatuurfonds drukt de belasting voor het milieu en de natuur uit in het begrip ‘de voetafdruk’.  De hoeveelheid land die nodig is voor de Nederlandse productie en consumptie bedraagt ongeveer drie keer het landoppervlak van Nederland.  We leven dus boven onze stand en belasten daardoor landen elders in de wereld. Dat kan niet eeuwig zo door gaan.  Landen die vroeger arm waren zoals India en Brazilië gaan nu zelf ook ‘op grotere voet’ leven.  Zij zijn niet meer het overloopgebied van onze milieuproblemen. Onze economie en onze consumptie moeten duurzamer worden omdat anders de wal het schip keert.  De natuur stelt zijn grenzen.

In de jaren vijftig van de 20e eeuw kostte een ei een cent of vijftien, nu een eurocent of vijftien. De lonen werden ondertussen tien keer zo hoog. Het ei wordt dus relatief steeds goedkoper.  De kippen betalen daarvoor de prijs; indertijd scharrelden ze nog op het boerenerf, nu worden ze bij miljoenen gefokt.  Het verhaal van de kip en het ei is maar een voorbeeld van de keerzijde van onze welvaart.

Als politici spreken over ‘de crisis’  hebben ze het vooral over de economie, de inhoud van de staatskas en van onze portemonnee. Daarachter verschuilt zich de ecologische crisis, de uitputting van natuur en milieu door overconsumptie. Ook die crisis kunnen we met angst of met zorg tegemoet treden,  maar zij kan ons ook aanmoedigen om te werken aan een duurzame samenleving, waarbij we geen roofbouw op de natuur meer plegen. De vroegere vicepresident van de Verenigde Staten, Al Gore heeft geprobeerd dit verhaal  onder de aandacht te brengen. Er zijn in Nederland niet zo veel politici die deze ‘ongemakkelijke waarheid’ aan de orde stellen. Toch denk ik dat verstandiger  consumeren voor oud en jong onontkoombaar is en nog leuk kan zijn ook!

Informatie over de ‘voetafdruk’ van de Nederlandse consumptie

http://www.pbl.nl/node/55874

Veel tips over praktisch consuminderen:

 http://www.vrekkenpagina.nl/ en http://www.genoeg.nl/

 

 

José van Rosmalen

 

 

 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 4 sterren
1 stem