Godfried Bomans, man achter vele maskers

 

Na mijn eerste column over Godfried Bomans, is dit de tweede en laatste. Ik probeer nu een portret van hem te schetsen. Hij was de eerste schrijver die mij als jongen van een jaar of dertien aansprak. Hij was toen de onbetwiste ster in het TV-programma ‘Houd je aan je woord’, waarin Nederlandse schrijvers improviseerden op taal. Die schrijvers waren Victor van Vriesland, Harry Mulisch, Hella Haasse en Godfried Bomans. Bomans was de meest geestige van het stel.  Zelfs Mulisch, die toch niet bekend stond als Nederlands meest bescheiden schrijver, erkende dat ruiterlijk.  Een hedendaags programma dat er enigszins aan doet denken, is Tatataal van Erik van Muiswinkel en anderen. Ook daarin  staan taalvondsten en creatief spelen met woorden voorop.

Bomans groeide evenals Mulisch op in Haarlem en voelde zich sterk met die stad verbonden. Bekende andere uit Haarlem afkomstige schrijvers zijn Nicolaas Beets die onder het pseudoniem Hildebrand de Camera Obscura schreef en Lodewijk van Deyssel, die al in de jaren tachtig van de 19e eeuw begon met schrijven. Hoewel van Deyssel bijna 50 jaar ouder was dan Bomans, hebben de twee elkaar goed gekend en werden zij zelfs vrienden, dankzij de wederzijdse liefde voor literatuur en het schaakspel.

De jonge Bomans leerde veel van de oude Van Deyssel, met name als het om een goede schrijfstijl gaat. Bomans had op zijn beurt weer invloed op andere Nederlandse schrijvers, die bewust of onbewust wat van hem hebben opgestoken. De jonge Mulisch, Campert,  Hermans en van het Reve hebben ongetwijfeld kennisgenomen van de eerste boeken van Bomans. Zijn boek ‘Pieter Bas’ kwam uit in 1937, Erik of het klein insectenboek in 1940. Beide boeken werden bestsellers.

Bomans kwam uit een katholiek en welgesteld milieu. Zijn vader was wethouder financiën in Haarlem en Tweede Kamerlid voor de Rooms Katholieke Staatspartij. Godfried ervaarde zijn vader als een afstandelijke man, waarbij hij zich niet op zijn gemak voelde. Hij  ging zich sterk tegen hem afzetten, hetgeen zich uitte in een opstandige puberteit maar ook later in zijn werk, bijvoorbeeld in zijn boek ‘de man met de witte das’. Hij zocht liefde en aandacht, in plaats van de strengheid en discipline die hij  voelde. Dat leidde tot een moeizame  verhouding tussen vader en zoon. Of de verwijdering aan de vader of wellicht toch ook de zoon lag  kun je als vraag openlaten. In ieder geval kwam het bij het leven van de vader niet meer goed tussen hen beiden.

Bomans ging na de middelbare school studeren, eerst in Amsterdam, later in Nijmegen. Hij werd daar een eeuwige student die als het om studeren gaat geen klap uitvoerde. Je zou hem lui kunnen noemen, maar je kunt even goed zeggen dat hij toen de basis heeft gelegd voor  zijn schrijverschap en zijn rol als publieke persoonlijkheid.  Als schrijver was hij zeker niet lui en dankzij de goede verkoop van de boeken kon hij vanaf zijn 24e van de pen leven en later zelfs zeer goed leven. De studie was voor zijn maatschappelijk succes bijzaak geworden, maar het studentenleven beviel hem wel en dus bleef hij tot rond zijn 30e als student ingeschreven.

Bomans hield van toneelspelen en verschool zich ook graag achter rollen. De ‘echte Bomans’  hield hij achter al die rollen verborgen. De rol van Sinterklaas was hem op het lijf geschreven. Hij presteerde het om als Sinterklaas de kinderen van een school een dag vrij te geven en daarmee het schoolhoofd dat van niks wist voor het blok te zetten. Met dergelijk gedrag maakte hij natuurlijk niet alleen maar vrienden.

Naarmate hij ouder werd, werd Bomans steeds serieuzer. Beroemd geworden zijn de interviews met zijn zus en zijn broer die beide kloosterling waren geworden. Die programma’s trokken rond 1970 veel televisiekijkers. Het waren intieme, persoonlijke gesprekken, waarin ook werd ingegaan op het ouderlijk gezin. Godfried was zelf ook katholiek, maar niet altijd recht in de leer; met zijn charmes wist hij vele vrouwenharten te veroveren; zijn huwelijk hield stand, maar zijn echtgenote heeft wel wat moeten verdragen. 

Het laatste publieke optreden van Bomans vond plaats in de zomer van 1971. Toen heeft hij een week lang op het onbewoonde eiland Rottumerplaat gebivakkeerd. Willem Ruis voerde toen dagelijks een radiogesprek met hem. Dat verblijf werd een drama, omdat Bomans bang werd van de eenzaamheid en het lawaai van de vogels. Hij deed geen oog dicht en raakte oververmoeid. In schril contrast daarmee ging Jan Wolkers die hem de week daarop opvolgde welgemoed als een natuurmens met de natuur en de eenzaamheid om.

Vier maanden later, in december 1971 overleed Bomans, kort na een schaakpartij bij zijn schaakclub in Bloemendaal. Zijn dood was een schok voor velen.

Bomans had als elk mens zijn zwakke kanten, maar toch vonden velen hem onweerstaanbaar. Beroemd is een dialoog tussen Bomans en Wim Sonneveld, waarin het grote talent van beiden tot uiting komt.  De dialoog is via deze link te zien.

http://www.youtube.com/watch?v=K4PGea6-Df4

 

 

© José van Rosmalen, 2013