Nicolaas Matsier, Oud Zuid

3792474

 

In 1976 debuteerde Nicolaas Matsier met de verhalenbundel Oud-zuid, nadat hij eerder verhalen had gepubliceerd in het blad ‘de Revisor’. De bundel bevat drie verhalen, ‘Scheltema Oostersche Kunst’, ‘Oud zuid’ en ‘Coppertone’.
De hoofdpersoon in de verhalen, de ik-figuur, heet Nico Matsier; dat suggereert dat de verhalen sterk autobiografisch zijn. Nicolaas Matsier is overigens een pseudoniem, een anagram van de echte naam van de auteur.
In het eerste verhaal heeft Nico een baantje bij een antiquair in Amsterdam waar hij orde moet brengen in het rommelige archief van de oude kunsthandelaar die geestelijk begint af te takelen. Op de zolder ontdekt hij oude dagboekaantekeningen, die een ander licht werpen op de kunsthandelaar. Hij beseft ondertussen dat hij zijn boekje te buiten gaat met zijn nieuwsgierigheid.
In het titelverhaal past Nico tijdens de vakantie van de vaste bewoners op een huis in Amsterdam. Hij verzorgt de planten en de poes en probeert tot studeren te komen, waar niet veel van terecht komt. Een studievriend komt af en toe op bezoek. Ze zien aan de overkant van de straat in een woning een blote vrouw en zij duikt verschillende malen in naakte gedaante op. De twee jonge mannen hebben de neiging om te kijken, maar willen ook weer niet te veel toegeven aan hun voyeurisme. Dit brengt gevoelens van schaamte teweeg. In het verhaal is de vrouw aanwezig en ook niet aanwezig, het draait om de binnenwereld van de hoofdpersoon. Matsier slaagt erin hierbij niet klef te worden, wat bij dit gegeven makkelijk zou kunnen.
In het laatste verhaal vergezelt Nico zijn oudere zus bij een reis naar Rome en Sicilië, waar zij nieuw contact zoekt met een vroegere vakantieliefde. De wat oudere Italiaan houdt haar aan het lijntje en van een relatie blijkt nauwelijks sprake. Echt mislukt is de reis ook weer niet. ‘Wat gebeurd is, is gebeurd’, zo eindigt het verhaal.
Nicolaas Matsier schrijft helder, maar gebruikt naar mijn smaak af en toe wat lastige zinnen, het is intellectueel proza. Toen hij deze verhalen schreef was hij eind twintig en je krijgt de indruk dat hij toen nog studeerde en nog weinig duidelijke maatschappelijke verplichtingen had. Hij doet in de verhalen mee, is zelfs de ik-figuur, maar tegelijkertijd toch onthecht. In latere boeken vind ik hem geëngageerder. In de jaren zestig en zeventig was lang studeren overigens meer regel dan uitzondering, zo weet ik uit ervaring.

 

zie ook: https://www.goodreads.com/book/show/3792474-oud-zuid