Een congres in Warschau ( 2001)

 

In de zomer van 2001 bezocht ik in Warschau een internationale conferentie over mobiliteit en vervoer voor ouderen en mensen met een handicap, de zogeheten Transed-conferentie. Er waren deelnemers uit alle continenten, ook uit derde wereldlanden. Het merendeel van de deelnemers was afkomstig uit de rijkere geïndustrialiseerde landen, zoals West Europa, Noord Amerika, Japan en Australië. Onder de deelnemers waren vervoersdeskundigen, beleidsambtenaren en vertegenwoordigers van gehandicaptenorganisaties. Ik hoorde tot de laatste categorie.

De conferentie vond plaats in het nieuwe centrum van Warschau, in het zogeheten cultuurpaleis. Het cultuurpaleis is in het begin van de jaren vijftig door Stalin ‘geschonken’ aan het Poolse volk. Het gebouw in de vorm van een suikertaart is daarmee een van de symbolen van het geweld en de onderdrukking die de Poolse samenleving heeft geteisterd. Toch lijkt het moderne Polen dit gebouw te hebben omarmd, al is het alleen maar omdat het de blikvanger van de stad is en omdat het onmetelijk groot is en dus veel functies kan herbergen. Vlak voor het congres begon, was er  in allerijl een glazen lift gebouwd om mensen met een beperking een alternatief voor het trapbordes te bieden. Het was toen buiten dertig graden Celsius en in de lift was de temperatuur niet te harden. Ik dacht dat ik levend gegrild zou worden als ik de lift zou nemen en die onderweg een storing zou krijgen en heb toen toch met moeite het bordes beklommen. De volgende dag kwam ik er achter dat er vanaf het hotel ook een pendelbusje naar de achterzijde van het gebouw ging,  speciaal voor mensen in een rolstoel of met een andere mobiliteitsbeperking. Ik sloot me daar toen graag bij aan.

De conferentie begon met een openingsceremonie; hieraan werkten de burgemeester van Warschau, de minister van vervoer en de staatssecretaris voor gehandicaptenbeleid mee. De Poolse gastheren en gastvrouwen gaven aan dat zij beseften dat Polen een land in een overgangsstadium is, van een centraal geleide economie, naar een meer westers georiënteerd land. Toegankelijkheid wordt door de Poolse overheid nu meer als een serieus onderwerp erkend dan in het verleden. Dit heeft geleid tot wetgeving op het gebied van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Er is vastgelegd dat nieuw aan te schaffen vervoermiddelen toegankelijk voor iedereen dienen te zijn. In steden als Warschau, Krakau en Gdansk rijden rolstoeltoegankelijke bussen. De metrostations in Warschau zijn met een lift bereikbaar. Nog lang niet alle bussen en trams zijn echter toegankelijk.

Polen doet in dit opzicht niet onder voor Nederland; sterker nog, Warschau scoort voor wat betreft de toegankelijkheid van het openbaar vervoer zelfs iets beter dan Amsterdam en Rotterdam, waar rolstoeltoegankelijke bussen ontbreken. ( in 2001!)

Op het gebied van verkeersveiligheid, met name voor de voetganger, is de situatie in Polen bedroevend. Het aantal dodelijke slachtoffers per 100.000 inwoners is maar liefst acht keer zo hoog als in Groot Brittannië, het land dat het beste scoort op het punt van verkeersveiligheid voor voetgangers. Uit eigen waarneming is mijn indruk dat het verkeer in Polen de afgelopen jaren veel intensiever is geworden dan voorheen en dat de verkeersinfrastructuur daar nog onvoldoende op is aangepast: gevaarlijke tweebaanswegen, auto’s op trottoirs enzovoorts. Het doet denken aan een verkeersjungle.

Op wereldniveau neemt het aandeel van ouderen op de totale bevolking toe. Dit aandeel verdubbelt in de komende twintig a dertig jaar. Dit geldt voor Japan, West Europa, de Verenigde Staten en nog meer landen. Deze demografische verandering heeft gevolgen voor de eisen die gesteld mogen worden aan veiligheid en toegankelijkheid. Handicaps en beperkingen waarvan  de kans sterk samenhangt met leeftijd zullen navenant toenemen.

Het recht om zich te verplaatsen dient als een fundamenteel recht te worden beschouwd. De tendens en de wenselijke trend is dat dit fundamentele recht zoveel mogelijk wordt gerealiseerd via het ‘gewone’ openbaar vervoer en alleen waar strikt nodig via een specifiek systeem dat op gehandicapten en ouderen is gericht.. Het primair uitgaan van dit soort aangepaste maatwerkoplossingen werd in de conferentie al als een in principe achterhaalde benadering gezien. De termen die bij de meer eigentijdse benadering passen, zijn Universal Design of Access for All. In de Verenigde Staten heeft de Americans with Disabilities Act (ADA) die in 1990 werd aangenomen een enorme impuls betekend voor deze inclusieve benadering. Openbaar vervoer en openbare gebouwen dienen toegankelijk te zijn of te worden. Aan de basis van deze wet staat de Civil Rights Movement uit de jaren zestig die zich richtte op gelijkberechtiging en gelijke kansen voor minderheidsgroepen. In de Verenigde Staten heeft dit meer dan elders tot strakke wetgeving geleid. De wetgeving in Canada, Groot Brittannië en Australië gaat minder ver, in de zin dat er minder sterke sancties in de wet zijn opgenomen. Er is onder de huidige regering Bush (2001!) overigens sprake van het inperken van de ADA en op het meer accent leggen op verantwoordelijkheden naast rechten. Nu ( in 2013) gebeurt dat in Nederland ook.

We moeten ons realiseren dat in de Verenigde Staten de omstandigheden tussen Staten en tussen steden zeer uiteenlopen. Er zijn steden met een uitgebreid en toegankelijk openbaar vervoer (New York, Seattle, Washington), maar ook steden die puur op de automobilist lijken te zijn ontworpen (Los Angeles, St. Louis). Amerikanen die, bijvoorbeeld omdat ze ouder worden of een handicap hebben, geen auto (meer) rijden, zijn daar ook aangewezen op hulp van familie of bekenden of van een of andere vorm van specifiek vervoer. Het begrip voetgangersgebied is in sommige Amerikaanse steden vaak niet meer dan het lopen in een winkelmall of de weg van parkeergarage naar de werkplek.

Er zijn in Europa diverse positieve ontwikkelingen. In Londen en in diverse Engelse steden rijden bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijke taxi’s. Op het terrein van voorzieningen voor blinden en slechtzienden slaat Nederland  geen slecht figuur. Er zijn hier naar verhouding tot andere landen veel looproutes aangebracht.

Ook in armere landen wordt aandacht besteed aan toegankelijkheid. In Buenos Aires rijden lage vloerbussen. In Mexico worden hellingbanen aangelegd.

Er is wereldwijd sprake van een toenemend besef van toegankelijkheid als een kwaliteit. Daarvoor is het nodig dat mensen zich er ook van bewust worden dat toegankelijkheid niet alleen een kwestie is van infrastructuur, maar ook van mentaliteit en dienstverlening. In Japan en ook in Groot Brittannië wordt aandacht besteed aan ‘bewustwordingstraining van onder meer mensen die werkzaam zijn in het openbaar vervoer. Ook in Nederland is dat nu, in 2013 tot ontwikkeling gekomen, bijvoorbeeld door de Stichting Perspectief.

 

Na afloop van het congres nam ik in eigen tijd en voor eigen rekening deel aan een tweedaagse excursie naar Danzig, een van de Hanzesteden. Ik zag daar de beroemde werf waar Lech Walesa als vakbondsman begon met de beweging ‘Solidariteit’. Ik nam er deel aan een rondleiding door de prachtige oude stad. Toen ik er een avond alleen rond liep voelde ik me  toch niet helemaal op mijn gemak. Misschien kwam dat ook omdat er in het hotel nadrukkelijk tegen zakkenrollers werd gewaarschuwd. Dat was ongetwijfeld ook niet voor niets. Op de terugweg bezocht ik met de excursiegroep het grote kasteel in Marlbork. Over gevaarlijke driebaanswegen reden we weer naar Warschau. Langs de weg werden op vele plaatsen spullen te koop aangeboden, zoals groente en fruit.

Ik was eerder in 1973 in Polen geweest en bij dit tweede bezoek viel me op dat de welvaart was toegenomen. Ook had ik de indruk dat het kapitalisme soms wel erg bruut aanwezig was, niet alleen door de Mc Donalds en andere ketens, maar ook door de patserige auto’s die je er zag rijden met navenante rijstijl. In het hotel waar ik verbleef, een drie of vier sterrenhotel zaten prostituees in de lobby en bij de bar wel erg  beschikbaar te zijn, voor een uurtje op de kamer. Ik zat er een avond met een mannelijk vriendenstel aan wie de wulpse blikken en de openstaande decolletés wel helemaal niet besteed waren. Ik denk dat in een Nederlands hotel er ook wel ‘call girls en dergelijke op bestelling komen opdraven, maar dat het er niet zo openlijk en opzichtig aan toe gaat als ik daar zag.

 

© José van Rosmalen, 2001, 2013

 zie ook: http://www.josevanrosmalen.nl/reisgedichten/warschau-2001

 

 

 

 

 

 

.