sensitief worden, 1972

 

In juni 1972 nam ik deel aan een 'sensitivity training'. Die training vond plaats in Noordwijkerhout, in een zaaltje van een conferentieoord. De deelname was voor mij als student sociale psychologie gratis. Op een maandagochtend ging ik er naar toe.

 

De training werd gegeven door twee psychologen uit Leiden, een 'hoofdtrainer' en een 'co-trainer'. Van te voren was het eigenlijk niet zo duidelijk dat het om een sensitivity training ging, maar dat bleek het in de praktijk wel te zijn.

Daarnaast was er ook een onderzoeksdoel, namelijk om na te gaan of het waarnemingsvermogen tijdens en door de training beïnvloed werd. Alles werd met  geluidsbanden opgenomen.

 

Het waren intensieve dagen, omdat het almaar doorging. Het eerste wat je na de kennismaking moest doen was aan elkaar vertellen hoe je de eerste kennismaking had ervaren. Iets wat normaal niet direct wordt  uitgesproken, namelijk de eerste indruk die je van iemand hebt, kwam daar binnen een halve dag op tafel. Je loopt een beetje moeilijk, je maakt een intelligente maar wat onzekere indruk, werd er van mij gezegd. Eigenlijk was er geen pauze, want wat tijdens het eten gebeurde, kon daarna weer aanleiding zijn om in de groep op terug te komen. Dat gold ook voor een wandeling.

 

Er werden oefeningen gedaan zoals vertrouwensoefeningen. Je staat geblinddoekt tussen mensen en je laat je vallen, in het vertrouwen dat je wordt opgevangen. Of je bepaalt de afstand tot elkaar. Hoe dicht of hoe ver af wil je van hem of haar zijn? Het ging er ook hard aan toe. Mensen die elkaar afwezen.’Ik wil helemaal niet dicht bij jou zijn, je bent niet echt mijn type’. Of mensen die niet op uitnodigende gebaren ingingen. Daar spraken mensen elkaar dan weer op aan.

 

Ik leerde toen een bijna verzwegen mechanisme van die training maar ook van vele trainingen, namelijk dat iedereen op een gegeven moment een 'beurt' krijgt. Niet systematisch, op het rijtje af of anderszins direct voorspelbaar, maar omdat een trainer ineens op een gebaar of opmerking ingaat, iets oppakt. Dan wordt het gedrag van één persoon een tijdje in de schijnwerpers gezet. Niet alleen de trainers hadden overigens dat privilege; ieder kon eigenlijk wel iets inbrengen, van hemzelf of van wat hem of haar in een ander raakte. ‘Maak je van je lopen geen toer’, kreeg ik van de 'cotrainer' te horen; ik werd toen kwaad; ik kreeg overigens ook te horen dat ik te weinig kwaad werd, te vriendelijk bleef. Ze probeerden me dus juist kwaad te maken.

 

Er werden ook gevechten geleverd, tussen man en man en man en vrouw. Een van de mannen zei dat dat gevecht hem een erectie opleverde. Ook het opwekken van seksuele gevoelens kwam ter sprake en ook dat werd 'expliciet' gemaakt. Om half twee 's nachts, na een vermoeiende dag, kwam een van de vrouwen halfbloot naar mij toe en drukte zich tegen mij aan. Dat riep bij mij seksuele gevoelens op, die mij tegelijk verwarden. Zij was net die avond 'onderwerp' van bespreking geweest en was daar onzeker van.

 

In de training werden niet alleen grenzen van mensen verkend, ze werden ook verlegd. Alleen de laatste dag, de vrijdag werd besteed aan het afbakenen, het rationeel benoemen en het onvermijdelijke meewerken aan het onderzoek. Filmpjes met interviews bekijken en inschatten wat de gevoelens van mensen zijn. Wat waren we sensitief geworden. Ik reed met een psycholoog terug naar Utrecht; we kwamen langs de bollenvelden bij Vogelenzang. Ik zag de kleuren extra scherp, alsof ik een bewustzijnsverruimend middel op had. De training en het slaapgebrek hadden het effect van een 'trip'. Ik kwam moe thuis, kon er eerst nauwelijks over vertellen. Pas later kwamen de verhalen los.

 

© José van Rosmalen

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 4 sterren
1 stem