Ger Klein, Over de rooie

 

11386725

Ger Klein beschrijft en analyseert in dit boek zijn indringende ervaringen met manische depressitiviteit, dus met ernstige stemmingswisselingen. Klein werd geboren in 1925 in de marineplaats Den Helder in een sociaal democratisch gezin, dat qua gezindheid nogal afweek van de doorgaans rechtse sympathieen van het marinepersoneel. Dat leidde zelfs tot uitsluiting. Het is nu bijna niet voor te stellen maar In Nederland was de SDAP, de voorloper van de PvdA, in 1933 verboden en de Natonaal Socialistische NSB niet.
Klein kon goed leren, haalde de HBS met hoge cijfers en studeerde vervolgens exacte vakken. Hij werkte bij Philips en werd ook actief in de Partij van de Arbeid, De politionele acties in Nederlands Indie waren voor hem een reden om zijn lidmaatschap tijdelijk te beeindigen. Hij werd staatssecretaris voor Hoger Onderwijs in het Kabinet Den Uyl, van 1973 tot 1978. Hierna volgde een uitzichtloze formatie en hij werd toen weer lid van de Tweede Kamer. Een beruchte kwestie werd in 1978 het oorlogsverleden van Willem Aantjes, een van de voormannen van het net opgerichte CDA en daarvoor de voorman van de Antirevolutionaire Partij. Professor Lou de Jong, directeur van het NIOD en auteur van een omvangrijke reeks over de Tweede Wereldoorlog velde publiek een oordeel en in feite een vonnis over Aantjes, waarbij zijn partijgenoten waaronder Van Agt passief bleven. Klein was hier als PvdA fractielid bij betrokken, maar hij voelde zich ook door zijn eigen partij niet gesteund. Midden in de nacht na het Kamerdebat over de 'kwestie Aantjes' , onderweg naar huis, knapte er iets in het hoofd van Ger Klein. Dit was voor hem het begin van een langdurige periode van manische depressitiviteit. Hij beschrijft zowel zijn levensloop voor deze ingrijpende gebeurtenis, als die daarna, die wordt gekenmerkt door diepe dalen en ook weer perioden van betrekkelijke stabiliteit. De titel 'over de rooie' heeft een dubbele betekenis. Enerzijds die van overspannen zijn, anderszijds als je er 'over de rooien' van maakt, gaat het ook over de PvdA en hoe hij zich door 'zijn ' partij' in de steek gelaten heeft gevoeld, bijvoorbeeld doordat velen niets van zich lieten horen. Deze dubbelzinnige titel is door Klein bewust gekozen.
Hij gaat diep in op hoe het is om te lijden aan wanen en ook op hoe mensen daar wisselend op reageren, soms met mededogen en begrip, soms ook bot en onverschillig. Zijn ziekte werd soms ook tegen hem gebruikt, om hem uit te schakelen, terwijl hij zeker ook tijdens en na zijn ziekte wel tot werken in staat was en dat ook heeft aangetoond. De persoonlijke ervaringen zijn ontroerend om te lezen, de stukken waarin hij met een wetenschappelijke psychiatrische bril naar zich zelf kijkt als een soort object van studie, zijn wat houterig geschreven. Het is een belangwekkend boek, omdat het ook wat zegt over politiek en hoe de politiek ingrijpt in het leven van mensen. Door zijn hoge begaafdheid had Klein vermoedelijk ook meer door dan anderen, maar intelligentie wordt een mens niet altijd in dank afgenomen. Het boek is opgedragen aan zijn vrouw, 'die het volhield'. Hij ontmoette haar in zijn jeugd in Engeland, in de oorlogsjaren.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.