Nederlands Indië in de literatuur

 

Vroeger was Nederland een klein land met grote overzeese gebiedsdelen. Daar zijn nu alleen nog de Nederlandse Antillen van over. Verschillende Nederlandse schrijvers hebben zich laten inspireren door een verblijf in een van die gebieden. Als we ons beperken tot het huidige Indonesië, het vroegere Nederlands Indië, dan denk je natuurlijk als eerste aan Multatuli, die het boek ‘Max Havelaar’ schreef; het is een van de weinige negentiende-eeuwse boeken die nu nog gelezen worden. Multatuli was het pseudoniem van Eduard Douwes Dekker. Zijn boek was een aanklacht tegen corruptie en uitbuiting.

Vrijwel even beroemd is de schrijver Louis Couperus, die niet alleen ‘Haagse’ maar ook ‘Indische’ romans schreef, zoals ‘de Stille kracht’. Dit jaar is het 150 jaar geleden dat hij werd geboren. Pas onlangs is het huis waar hij op Java heeft gewoond en waar hij ‘de stille kracht’ schreef   teruggevonden. Dat was aan het einde van de negentiende eeuw. Ook zijn werk is nu nog goed leesbaar.

De derde schrijver in dit rijtje is Eduard du Perron. Zijn belangrijkste werk is ‘Het land van herkomst’. In dit boek  beschrijft hij zijn jeugd in Indië zeer beeldend. Het boek bevat ook een aantal meer filosofische hoofdstukken. Du Perron is slechts 38 jaar oud geworden;  pikant is dat hij in 1940 op dezelfde dag en in hetzelfde uur overleed als zijn literaire vriend Menno Ter Braak;  hij door een hartstilstand, zijn vriend omdat hij vanwege zijn angst voor het Duitse regime een einde aan zijn leven maakte. Dat gebeurde op 14 mei in de avond, de dag waarop Rotterdam werd gebombardeerd en Nederland zijn zelfstandigheid verloor. Beide auteurs waren felle tegenstanders van het nationaalsocialisme, dat ook in het vooroorlogse Indië veel aanhangers had.

Van de naoorlogse schrijvers heeft  Hella Haasse belangrijke bijdragen geleverd aan de literatuur over Indonesië. Haar debuutroman ‘Oeroeg’ en het veel later geschreven ‘Heren van de Thee’ brengen het leven in het voormalige Indië dichterbij de Nederlandse lezer. Je voelt dat het licht er anders is, dat het leven er anders is.

De Nederlandse schrijvers hebben niet alleen een belangrijke rol gespeeld door het beschrijven van het Indische verleden, maar ze hebben ook geholpen door ons een spiegel voor te houden. Waarom kreeg de inlandse Oeroeg minder kansen dan zijn Nederlandse vriendje? Waarom leefden veel Nederlanders er in luxe en weelde en de meeste Indonesiërs in armoede? Waarom was het voor veel Nederlandse mannen vanzelfsprekend dat zij een Indische minnares hadden, terwijl Indische mannen het niet moesten wagen iets met een Hollandse vrouw te beginnen? Die koloniale dubbele moraal is mede door schrijvers zichtbaar en voelbaar gemaakt.  

Na de tweede wereldoorlog werd Indonesië zelfstandig en ging het land zijn eigen weg. Toch speelt de Indische achtergrond ook bij nu actieve schrijvers een rol, vaak een negatieve rol. Adriaan van Dis heeft diverse boeken geschreven waarin zijn getraumatiseerde Indische vader op de achtergrond aanwezig is, onder meer in ‘Indische duinen’. Jeroen Brouwers probeerde in zijn boek ‘Bezonken rood’ het verleden in een Japans kamp te verwerken.

Het Indische verleden en de gespletenheid door deze achtergrond en de Nederlandse omgeving, komt ook aan bod in het boek van Marion Bloem, ‘Geen gewoon Indisch meisje’.

 

Zo zie je dat ‘Nederlands Indië’ vanaf het midden van de negentiende eeuw tot op de dag van vandaag een rol speelt in de Nederlandse literatuur. Ik heb hier slechts enkele schrijvers genoemd. De genoemde boeken zijn allemaal nog heel goed leesbaar. Goede boeken verouderen niet gauw!

 

Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Categorie:Nederlands-Indische_literatuur

.