Josevanrosmalen.nl
Home » Verhalen » Zomerzin

Zomerzin

 

De zon zindert boven het zilvergrijze meer. De zeilboten varen traag over het lome water. Een zachte bries laat de bomen licht ruisen. Op de boten bollen de witte zeilen. 

Het is nu dinsdag 9 juli, hoogzomer, midden op de middag. We liggen hier aan de rand van de IJzeren Man,  mijn lief Merel en ik. Ze pakt de zonnebrandolie en laat druppels op mijn borst, benen en armen vallen.  Daarna wrijft ze het witte spul zachtjes uit over mijn huid. Dat zal je beschermen, factor zes,  Joris.  dat heb jij wel nodig!  ‘Ik krijg het er warm van liefje  en  niet alleen van de zon, het bloed gaat overal sneller stromen’. ‘Overal zeg je, ik ben benieuwd, dat belooft wat’.  Ja meisje, ga jij nu maar eens op je buik liggen. Nu is het mijn beurt om de crème over haar huid te spreiden. Ik begin met de schouderbladen en de nek en ga dan langzaam naar beneden tot onder aan de rug. Daarna begin ik bij de voeten en ga ik door tot aan de bovenbenen. Ik weet dat ze het lekker vindt, maar ze weet ook dat ik niet verder ga dan betamelijk is, hier in het zicht van andere baders.

We doen nu onze zonnehoeden op en pakken  de zonnebrillen. Het licht wordt daardoor minder fel maar de scherpte van het zicht neemt toe. Merel pakt de druiven en de appelsap uit de koeltas en ze schenkt voor ons beiden in. We zuigen de druiven een voor een leeg. De schilletjes doen we braaf in een zakje. We kijken naar de boten en de opschriften. We zien er ‘Marjanna’ , ‘Lekker toch’ en ‘Zwart geld’  langs varen. ‘ Waar doen ze het van?’ ‘ Wij komen gewoon op de fiets en kijken kost ook niets.’ ‘Zie je dat geblondeerde mens daar, die moet zeker al zestig zijn. Ja, een paar kilootjes te veel heeft ze ook’ .  ‘Je weet dat ik op oudere vrouwen val, jij bent tenslotte ook zes jaar ouder dan ik’.  Ja, ik ben al weer zevenentwintig zucht Merel en jij komt net kijken joh.’

Merel kijkt me lachend aan. Ik voel onder mijn zwembroek enige opstandigheid en ga nu op mijn buik liggen. Laten we het eens over de hypotheekrenteaftrek hebben zegt Merel nu of denk je aan andere aftrekposten. Ja, die meid heeft me wel door, hier op deze zwoele dinsdag, met overal mannen met bloot bovenlijf en vrouwen met korte rokjes of broeken en luchtige topjes. ‘Zullen we straks een ijsje nemen, daar heb ik heb wel zin in. We kunnen dan ook nog een eindje fietsen, zo heerlijk in het bos.’ ‘Ja, doen we!’ Na het grote in chocolade gedrenkte  likijsje stappen we op de fiets en rijden we stille paden in. We zetten de fietsen even later neer en lopen het bos  in tot aan een beschutte plek. Daar doen we wat we bij het meer niet durfden, zo maar spontaan. Alleen een eekhoorn kijkt toe.

© José van Rosmalen, 2013

 

0 stemmen

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.