Josevanrosmalen.nl
Home » Jeugdgedichten en verhaal ( tot 1965) » Mijn schooldag ( opstel 1961)

Mijn schooldag ( opstel 1961)

 

 

Het is maandag vier september 2186. Opeens schiet het door mijn hoofd: ik moet vandaag voor het eerst naar het Lyceum. Ik wil liever blijven liggen, maar er helpt geen lieve moeder aan, want over vijf minuten begint de school. Ik druk op een knop en er een treedt een robot in werking, die mij in twintig seconden wast en aankleedt. Ik slik drie pillen, een pil is een boterham met rookvlees, de tweede met jam en de laatste met hagelslag. Ik zeg mijn moeder goedendag, stap in mijn eenpersoonsraket en ga op halve toeren ( 5 km per seconde) op weg. na drie en een halve seconde ben ik bij school, zet mijn  raket in een stalling en wacht voor de schooldeur. Na drie en een halve minuut wordt de deur opengemaakt door een trage robot, die vriendelijk grijnst en vertelt dat iedere twintig leerlingen een klas vormen. Ik hoor in klas 1 w.m.r.t. thuis en moet met negentien anderen op roltrap no 1834 stappen. Na tien seconden arriveren we op de 1834e etage, waar ons einddoel is. Iedere klas heeft zijn eigen verdieping, zegt een robot. Hij leidt ons door onze verdieping, waar ook een aparte gymnastiekzaal is. Het laatste vertrek dat we binnengaan is een zaal, waar twintig brancards in staan. Daar moeten we meteen op gaan liggen. Er staan ook twintig robotten in de zaal en zowaar een echt mens. Dit sujet vertelt dat we alleen maar een hersenspoeling krijgen; dat bevordert namelijk de prestaties. Een meisje barst in huilen uit, maar wordt daarom meteen maar een narcose toegediend. Daarna wordt iedereen tegelijk weggemaakt. Als ik bijkom lig ik in een bed. Achter mijn bed staat een robot te waken. Hij zegt dat ik meteen moet opstaan en hij me wel op de plaats van bestemming zal brengen. Hij haalt me uit bed en smijt me op een rolweg. Vlak voor me ligt een klasgenoot op apegapen. Die is ongelukkig terecht gekomen. Na twintig seconden komen we in een volkomen leeg lokaal: geen banken, alleen vloerbedekking. Alle leerlingen moeten naar binnen gaan en op de grond hurken. Onder hen komen ineens stoelen uit de gronden zij worden opgetild tot een halve meter hoogte.  Daar zitten we dan. Even later verschijnen de banken, gevolgd door de geschiedenisrobot.

Deze begint een speech af te steken door een luidspreker uit zijn buik. Hij zegt dat we op een degelijk Lyceum zitten en hier gelukkig niet met dat moderne gedoe te maken krijgen. Als de eerste band is afgelopen, wordt automatisch een nieuwe band opgezet, die ons vertelt dat de geschiedenis als volgt wordt ingedeeld:

 

1500- 1750 nieuwe geschiedenis

1750-2000 nieuwere geschiedenis

2000- heden nieuwste geschiedenis.

 

In de eerste periode leerde me de allereerste beginselen van de hedendaagse beschaving.

In de tweede periode kon men voor het eerst van de aarde loskomen en op het einde kon men naar de maan.

In de derde periode is ons hele zonnestelsel bevolkt. Zulke knappe lui als wij zijn er nog nooit geweest.

De robot vervolgt: ‘jongelui, huiswerk overzicht leren’. De bel gaat en we stappen op rolweg 603 die ons naar het andere eind van onze verdieping, namelijk het gymnastieklokaal moet brengen. Als we in het gymnastieklokaal aankomen, staat er weer voor elke leerling een robot klaar. De mijne neemt mij mee naar een kleedkamer en trekt mij mijn gymkleren aan. In de zaal begint elke robot een leerling te masseren en deze robotten doen hun werk zo voortreffelijk dat de helft van de klas schreeuwt van pijn. Ik probeer van die robot weg te komen, maar hij kronkelt zich als een slang om me heen en masseert me nog hardhandiger. Als ik denk dat ik van lenigheid een driedubbele salto kan maken, laat het vehikel me eindelijk iets losser en tilt me op een tien meter hoog voorhistorisch hobbelpaard, dat vreselijk begint te schudden en na enkele seconden van zich afwerpt, zodat ik via een springplank op de hoge kant van een wip terecht kom en een robot die aan de andere kant zit uit te rusten, hoog in de lucht werp, waar hij met kleine zoemgeluiden blijft rondcirkelen. Mijn robot komt kwaad naar me toe en bijt me toe: ‘wat heb je met mijn oom gedaan’.  Ik zie, dat hij aanstalten maakt mij een afstraffing te geven, maar ik ben hem voor. Ik roep telegrafisch mijn huisrobot te hulp die zich met zijn raket door het raam werpt, mij vastpakt en via het raam weer in veiligheid brengt.

 

© José van Rosmalen

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
0 stemmen