Josevanrosmalen.nl
Home » Verhalen » A.C. Gerritsen, meubelmaker

 

A.C. Gerritsen, meubelmaker; met die toevoeging achter zijn naam, is hij nog altijd in het telefoonboek te vinden. Dat was zijn vak voordat hij in Overkil kwam te wonen. Hij doet dat werk al drie jaar niet meer.

Vroeger, toen hij nog werkte, kwam hij met de trein wel eens langs Overkil, de nieuwe stad in de vroegere Broeksepolder, ver van het oude centrum. Het had hem niet getrokken. Als hij er langs kwam en keek naar de rechthoekige blokken, die afstaken tegen de lucht, dan wilde hij daar nooit naar toe. Toch kwam hij er met zijn vrouw te wonen. Hun oude bovenwoning in de Kruiswijk werd te lastig en een geriefelijke woning was er niet te vinden. De buurt was trouwens ook niet meer wat het geweest was en toen hij toch met pensioen ging hoefde hij voor zijn werk er ook niet te blijven.

Ze kregen een flat, een mooie flat op de elfde verdieping van de Tortilla woontoren. Een huis met ruime kamers, centraal verwarmd en zonder trappen te hoeven lopen en dat in een nette buurt. Door het raam ziet meneer Gerritsen andere flats en tussen die flats door groene weilanden en het Cleerewater. Ideaal om er te vissen, ontdekt hij al spoedig. In het middengedeelte van de wijk, tussen het recreatiewater en het gebruiksgroen bevindt zich het wijkcentrum ‘de Weg’. Hier gaat meneer Gerritsen ’s middags nogal eens naar toe, naar de bingo voor ouderen. In dit centrum, opgetrokken uit grijze betonblokken, waarvan het bruin betegelde middengedeelte wordt dooraderd met grote blauwe plastic buizen, speelt eeuwig de disco. Aan die zwembadachtige ruimte ontbreekt slechts het verfrissende water. Voor het donker en meestal zonder prijs is meneer Gerritsen weer thuis.

Soms gaat hij nog wel eens naar de oude Kruiswijk, naar die bochtige straat, waar hij de geluiden uit de smederij kan horen en waar de lucht uit de bakkerij zijn neusgaten prikkelt. Het café op de hoek, ‘bij Koos’ , bezocht hij vroeger nooit, maar nu wipt hij er wel eens binnen en pakt er een borrel. ‘Dat smaakt’, zegt hij dan tegen Koos, die hij verder niet kent en stapt dan gauw weer op. De tocht met de bus naar Kruiswijk valt hem steeds zwaarder. Straks wordt ook de gang naar het wijkcentrum te vermoeiend en resteert slechts de service van de Tortillaflat, het biljart, de puzzeltheek en het koffie-uur op zondag.

Behalve als Lucy met de kleinkinderen komt, dan is meneer Gerritsen thuis met zijn vrouw. Of Lucy komt is elke keer weer een vraag, mevrouw Gerritsen belt haar regelmatig. ‘Ja kind, pa is onrustig, hij kan niet aarden, kom je nou deze zondag? Hij kan niet tegen die stilte…Ja, ik weet wel dat je het druk hebt, jonge mensen hebben het altijd druk, maar doe het nou voor je vader…Moet Wout weer werken, kom jij dan met de kinderen, dat is voor jou toch ook gezellig’. ‘Ja ma, ja ma, doe nou niet zo opstandig!’ ‘Lieve kind, ik zeg het toch allemaal uit liefde en Frits kan toch met pa schaken!

 

© José van Rosmalen, 1983

 

opgenomen in bundel  'over grenzen'

 

A.C. Gerritsen, meubelmaker