Josevanrosmalen.nl
Home » Verhalen » Bekentenis

Bekentenis

 

Chantal bracht het weekend bij haar moeder door. Ze was nu tweedejaarsstudente in Utrecht en ging zeker twee keer per maand naar haar ouderlijk huis in Zwolle. Ze vond het prettig om wat te kunnen rommelen op haar kamer, die er nog net zo uit zag als vroeger. Die knuffelbeesten op de kast vond ze als negentienjarige inmiddels wel wat kinderachtig. ‘Er was een tijd dat ik tegen die dingen praatte, nou ja.’

Ma had het niet makkelijk. Zij stond er alleen voor. Chantal’s vader was plotseling overleden toen zij zestien was. Het was een fatale hersenbloeding.

Na de dood van John ging Myra weer aan de slag als lerares Duits, op de school waar haar kinderen allebei leerling waren . Mark zat nu in zijn eerste studiejaar in Wageningen.

Ze gaf twintig uur per week les; samen met het weduwepensioen en het bedrijfspensioen van John kon ze zich financieel redelijk redden. Ze miste wel iets, een arm om haar heen. Het tweepersoonsbed met een lege helft liet haar elke nacht het verlies voelen.

Via haar werk was ze iemand tegengekomen, een man die voor Chantal en Mark geen onbekende was. Voor geen goud mochten ze weten wie het was, dat zou grote problemen geven.

Ze hoorde gestommel. Chantal kwam de trappen af vanaf haar zolderkamer en stormde de huiskamer binnen  ‘Hoi mam, heb je zin om te scrabbelen.’ Myra was daar altijd voor in, het hield haar geest scherp.

Terwijl ze aan het spelen  waren ging de telefoon. Myra nam op met ´mevrouw Van Dam´.  Chantal hoorde haar zeggen ´ik heb geen tijd om u te woord te staan´. Ze vroeg ´wie was dat´. O zo maar iemand, zie Myra.

´Zo maar, iets van reclame of zo, of je iets wil kopen´.  ‘Laten we maar doorgaan, ik ben gezegend met een q en een x. Zonder een u raak je die nooit kwijt. Chantal voelde dat haar moeder van onderwerp wilde veranderen en liet het maar zo.

Een paar weken later zei Mark tegen Chantal ´zou ma iets hebben met een nieuwe vriend, van mij mag ze, maar ze is zo  gesloten als een oester.’

‘Ja joh, ik had laatst ook al het gevoel dat ze iets verbergt, we moeten het maar respecteren. Als jij of ik iets hebben vertellen wij het ook niet direct.’

Myra bleef zwijgen, niet alleen maanden, maar jarenlang.  Mark en Chantal wisten inmiddels dat er ‘iemand’  is, maar hebben geen idee wie.

Op haar achtenzeventigste wordt Myra ongeneeslijk ziek. Chantal en Mark zitten aan haar bed. ´Ik wil jullie nog iets vertellen voor ik doodga, ik heb een verhouding gehad met de rector van jullie middelbare school. Hij was getrouwd en jullie waren bevriend met zijn kinderen. Het is ruim dertig jaar geleden, maar ik vind dat jullie het moeten weten. Hij is al jaren dood, maar zijn vrouw leeft nog. Het zou kunnen dat ze iets vermoedt, maar ik vraag jullie  om mijn geheim te respecteren.

Chantal en Mark houden haar vast.

 

 © José van Rosmalen, 2013