Josevanrosmalen.nl
Home » Columns- literair en cultureel » Film over Hannah Arendt

Film over Hannah Arendt

 

Een van de mooiste plekken van Rotterdam vind ik de Wilhelminapier. Sinds een paar jaar zit daar nu het Lantaren Venster theater. Vroeger bevond zich dat in de Gouvernestraat in het Oude Westen, in een gebouw dat in mijn herinnering nogal ingewikkeld in elkaar zat. Daar begon ooit het Rotterdams filmfestival, met als eerste directeur Huub Bals. Hij zette Rotterdam als filmstad op de kaart, nadat hij dat eerder al met Utrecht had gedaan. Inmiddels is hij al weer 25 jaar geleden overleden, maar zijn naam leeft nog voort, ook in het prachtige nieuwe theater.

Deze week zag ik er de film van Margaretha Von Trotta over Hannah Arendt. Hannah Arendt was een filosofe, die als Jodin uit Duitsland naar de Verenigde Staten vluchtte. Zij had haar opleiding gevolgd bij de beroemde maar ook omstreden filosoof Martin Heidegger. Als jong meisje had zij een liefdesrelatie met hem. Later werd Heidegger vrijwillig lid van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij die Hitler aan de macht bracht. Na de oorlog mocht Heidegger daarom niet meer doceren, maar hij bleef wel schrijven en hij had zeker nog intellectuele invloed. Hij inspireerde onder meer het existentialisme van Jean Paul Sartre. Hoewel Hannah Arendt zijn keuze voor de NSDAP volstrekt afwees, bleef zij na de oorlog wel contact met hem houden.

In de film wordt veel aandacht besteed aan het proces tegen Adolf Eichmann. Eichmann was ‘de organisator’ van de deportatie van zes miljoen joden. Na de oorlog wist hij naar Zuid Amerika te vluchten, waar hij door Simon Wiesenthal en de Israëlische geheime dienst uiteindelijk werd opgespoord.

Het proces vond in 1961 plaats in Jeruzalem. Het was een van de meest spraakmakende processen van de twintigste eeuw. Ik kan me daar zelf nog veel van herinneren, omdat ik toen een jongen van veertien was en dagelijks de Volkskrant las. Maandenlang verschenen er reportages en artikelen over het proces.

In Nederland publiceerden onder meer Harry Mulisch en Abel Herzberg hierover. Mulisch schreef  het boek ‘De zaak 40-61’. Hannah Arendt was evenals Mulisch aanwezig bij het proces en schreef reportages voor de New York Times en publiceerde het boek ‘De banaliteit van het kwaad’. Zowel Hannah Arendt als Harry Mulisch wilden  in Eichmann niet zonder meer de ‘duivel in mensengedaante’ zien. Eichmann vond zichzelf ‘onschuldig’,  omdat hij ‘slechts’ bevelen uitvoerde. Hij was naar eigen mening alleen in technische zin verantwoordelijk voor een goede uitvoering van die bevelen. Het kwaad van Eichmann is in Hannah’s woorden banaal, omdat veel mensen onder omstandigheden tot het kwade in staat zijn. Natuurlijk is het geen geruststellende gedachte dat je het kwaad niet aan een of enkele personen kunt toeschrijven, want het komt daardoor ook dichter bij jezelf.

Hannah Ahrendt werd na haar reportages en haar boek  door velen verguisd. Ze zou met de daders heulen, in plaats van begaan te zijn met de slachtoffers, ze zou ook haar eigen joodse gemeenschap hebben verraden. Daardoor kwam ze onder grote druk te staan, maar ze bleef toch trouw aan haar opvattingen en wilde niet  zwichten voor die druk. De film geeft een mooi beeld van haar persoon en haar inzet voor integer denken. Of zij en ook Harry Mulisch het bij het rechte eind hadden door Eichmann te zien als ‘alleen maar’ een radertje in een misdadig systeem wordt ook nu nog door sommige historici betwist. Die zien Eichmann wel degelijk als een architect van het kwaad en niet als een man die alleen maar deed wat hem werd opgedragen.

Na een kleine twee uur in de bioscoop was ik een ervaring rijker door het indringende portret van een eigenzinnige vrouw.

 

©  José van Rosmalen, 2013