Josevanrosmalen.nl

Handschrift

Als kind leerde ik nog schrijven met een kroontjespen. Steeds moest je die in de inktpot dopen, die op je lessenaar stond en dan vooral zorgen dat je geen vlekken maakte. Dat overkwam me toch regelmatig en dan gebruikte ik vloeipapier om de overtollige inkt te deppen en de schade van de vlek zoveel mogelijk te beperken. Dit was nog in het begin van de jaren vijftig.

Later gingen kinderen schrijven met een balpen; nog maar weinig mensen gebruiken nu een vulpen en inktpotten horen al zo’n beetje in het museum thuis. Ik kan me nog goed de geur van die inkt herinneren. Je leerde in die tijd schuine letters te schrijven en moest precies op de lijntjes van het schrift proberen te blijven, zodat je ‘als je later groot bent mooi kan schrijven’. Volwassenen schreven immers ook veel meer brieven dan nu.

Tegenwoordig schrijven we minder met de hand. We mailen, we  sms’en, we gebruiken een I-pad of I-Phone; de techniek is ons daarbij steeds meer ter wille. Met de hand schrijven we alleen nog vakantie-, kerst- en nieuwjaarskaarten, kleine notities of wat kladaantekeningen. Een mail sturen is immers veel sneller dan een brief. Zo correspondeer ik nu al meer dan 45 jaar met een Zweedse leeftijdgenote. In 1966 deed een brief aan haar er vijf dagen over en duurde het dus wel een paar weken voordat je antwoord kreeg; nu kun je mailen en snel antwoord krijgen of zelfs skypen of chatten, waardoor je binnen enige seconden al op elkaar kunt reageren. Leve de vooruitgang zou je zeggen.

Toch gaat er met al die vooruitgang ook iets verloren, naarmate mensen minder met de hand schrijven. Zo heb ik bijvoorbeeld enige brieven in mijn bezit die zijn geschreven door mijn betovergrootouders, in het midden van de negentiende eeuw. De vraag is of interessante mailtjes die we nu aan elkaar schrijven niet veel eerder in de mist verdwijnen dan brieven die generaties worden doorgegeven. Als je iets echt wil bewaren moet je er immers moeite voor doen.

Ooit was er een tijd dat alles dat werd geschreven, met de hand gebeurde. Dat was toen de boekdrukkunst nog niet was uitgevonden, dus voor de vijftiende eeuw. Toch was er in de dertiende en veertiende eeuw in Nederland en Vlaanderen al sprake van geschreven literatuur. Van sommige boeken waren er zelfs al 10.000 exemplaren in omloop. Hoe is het mogelijk, kun je denken. Het was letterlijk werk van monniken en nonnen die in kloosters hele dagen zaten te schrijven. Niet met een vulpen, niet met een balpen, neen met een ganzenveer en met inkt. Ik geef het u te doen om met een ganzenveer zelfs maar uw naam te schrijven, maar in de veertiende eeuw waren mensen in staat om vele bladzijden netjes en kunstig te schrijven, zonder vlekken of onregelmatigheden. Dat vereiste dus een enorme discipline.

Onlangs publiceerde hoogleraar Frits van Oostrom een prachtig boek over de veertiende-eeuwse Nederlandse letterkunde, getiteld ‘Wereld in woorden’.  In dit boek slaagt hij er in om de geschiedenis van de literatuur uit dat verre verleden op een toegankelijke manier te presenteren.

We denken nu wel eens dat we het ‘moeilijk’ hebben door wat we de ‘crisis’ noemen. In de veertiende eeuw stierf de helft van de bewoners van de toen grote steden aan de pest. De mensen werden dus zwaar op de proef gesteld. Ook en juist wel in moeilijke omstandigheden pakken mensen de pen op. Zo was voor Anne Frank het dagboek voor haar de manier om zich te uiten. Al in de veertiende eeuw zochten mensen vertroosting, afleiding en ook wel platte humor.

Veel van de geschreven boeken uit de veertiende eeuw zijn natuurlijk verloren gegaan. Toch is er ook nog veel bewaard, bijvoorbeeld in museum het Catharijne Convent in Utrecht. Er is ook een website rond het boek ‘wereld in woorden’, die zeer de moeite waard is. Zo komt de veertiende eeuw dichterbij!

Zie http://www.wereld-in-woorden.nl

 

© José van Rosmalen, 2013