Josevanrosmalen.nl
Home » impressies en herinneringen, jaren zeventig » De Arabische wereld, 1970

De Arabische wereld

 

Het vliegtuig vertrok rond half negen. Ik liep nog wat te lummelen bij de tax-free shop, toen mijn naam werd omgeroepen. Het vliegtuig vertrok om tien voor half en niet om tien over half negen, zoals ik dacht. Ik was nog net op tijd.

 

Rond twaalf uur landden we op Afrikaanse bodem. Het was warm. Vergeleken met Schiphol was het een klein vliegveld. Met een bus gingen we naar Carthago Salammbo, ongeveer twintig kilometer buiten Tunis. Het eerste dat me opviel was de armoede en daarnaast de rijkdom. De tegenstellingen waren veel groter dan ik gewend was. Uiteraard overheerste de armoede. Dat viel op me. Het werkte die eerste dag als een cultuurschok.

 

We sliepen in een groot gebouw, dichtbij de Middellandse Zee. Eerst op zalen, mannen bij mannen, vrouwen bij vrouwen. Later kregen mijn ‘fiancée' en ik een eigen kamer. De beheerder van het gebouw zei dat dit voor Tunesië een zeer ruimdenkend gebaar was.

 

Het programma van de reis was onevenwichtig over de drie weken verdeeld. Het eerste deel was tamelijk druk. We bezochten de ambassade in Tunis, waar een tuinfeest werd gehouden met veel Nederlanders. Overal zag je foto's hangen van president Bourguiba. Tunesië kende een éenpartijstelsel. Volgens de verhalen was Bourguiba 'bijna dood' en reisde hij voortdurend van paleis naar paleis. Niemand wist dan waar hij was. Op die manier nam zijn figuur mythische proporties aan.

 

We reden verschillende keren met de trein naar Tunis. Het was eigenlijk meer een tram; in de tweede klas zat je op harde houten banken, tussen meestal armoedig geklede mensen. Je rook hun lichaamslucht. In Tunis en in andere Arabische steden heb je een groot en modern, westers georiënteerd deel en daarnaast het oude Arabische stadsdeel, met smalle steegjes, de soukhs. Die Medina is een doolhof met veel winkeltjes en restaurants. Het zag er kleurrijk uit, vooral door de handel in Indiase katoen, potten en pannen, siervoorwerpen enzovoorts. De handelaren lokten toeristen naar binnen. Daar kon je loven en bieden. Ik heb er voor vijfhonderd dinar, een gulden of drie, een potje voor mijn ouders gekocht.

 

De Middellandse zee was zouter dan de Noordzee en doorzichtig helder. Ik heb er verschillende malen in gezwommen. Op het strand sprak een jongen van een jaar of veertien ons aan. Hij begon over het gebrek aan vrijheid van meningsuiting in Tunesië. Hij vertelde dat zijn vader secretaris van de verboden communistische of socialistische partij was. Hij stelde voor hen thuis te bezoeken. Zijn vader had een spreekverbod. Het leek me gewaagd van die jongen om wildvreemde toeristen met dat verhaal te benaderen. Enige dagen later vond er bij de man thuis inderdaad een ontmoeting plaats. 

Het was een groot en koel huis met veel plavuizen. De man maakte ons duidelijk dat Tunesië eigenlijk een dictatuur was, met een mooie toeristische façade. Mensen die niet pasten bij het regime werden buitenspel gezet of 'verdwenen'. Er was een uitgebreide geheime dienst die mensen volgde. 

 

In ons verblijf werden de trappen en de plavuizen vloeren elke dag uitgebreid gesopt. Dat gebeurde met ijzeren regelmaat. Soms aten we ook in het verblijf, soms elders.

We bezochten een irrigatieproject in een dorp niet ver van Tunis. Daar werkte de Heidemaatschappij aan het slaan van drinkwaterputten. Voor de hygiëne is goed water het belangrijkste dat er is, zo werd me toen wel duidelijk. Toen we in het dorp kwamen liepen honderden kinderen naar onze bus, zij bekeken ons als een attractie.

Ook bezochten we Douggha,  een vroegere Romeinse nederzetting, met een Forum dat nog recht overeind stond. Er diende zich een gids aan. Hij rekende vijfhonderd Dinar; eerst leek dat het bedrag voor de hele groep, na afloop bleek dat het bedrag per persoon te zijn.  Hij liet ons de thermen zien en vertelde iets over de badgewoonten van de Romeinen.

 

We gingen twee dagen naar Tabarka, vlakbij de Algerijnse grens. Op weg daarheen, kreeg de bus pech. De chauffeur werd kwader en kwader. Het

duurde uren voor het euvel was verholpen. Daarna reed hij als een bezetene de berghellingen af. Het was naar mijn idee een levensgevaarlijke rit, omdat hij in volle vaart haarspeldbochten nam. We kwamen in Tabarka, in een hotel vlakbij de zee. Er was een zwembad met palmen er omheen; je kon er cocktails drinken. Alles volgens het toeristische prentenboek. In de lobby zag ik een briefje met de tekst, Halb zehn, Kamelienfahrt mit Ilse. Ik begreep dat Duitsers dan even een blokje om op een kameel mochten zitten en zich laten fotograferen. Zo konden ze  thuis laten zien dat ze in de Afrikaanse rimboe waren geweest.

 

In het hotel ontmoetten we een Nederlandse arts en een verpleegster die in een dorp daar zo'n dertig kilometer vandaan werkten aan een 'Family planning project'. Dat hield in de praktijk in dat ze probeerden om vrouwen te stimuleren een spiraaltje te gebruiken. Geboortebeperking stuitte op grote weerstanden, omdat veel Tunesiërs kinderen als een eigen ouderdagverzekering zagen. Voor de vrouwen was het krijgen van veel kinderen ondertussen wel fysiek zwaar.

We hoorden dat er volgens de officiële medische statistieken geen sprake was van tyfus of malaria, maar dat de medische werkelijkheid minder rooskleurig was.

 

Op de terugweg bezochten we een bergdorp. Een groep Nederlandse vrijwilligers bouwde daar een buurthuis. We kwamen bij een hutje waar we van de  Berberbewoners sterke muntthee in kleine kopjes kregen. Van de groep zijn daar een paar foto's gemaakt.

 

De chauffeur had het na zijn dodenrit verbruid. Voor de volgende excursie kwam er een andere chauffeur. Daarmee gingen we naar Kairouan. Kairouan is na Mekka, Medina en Jeruzalem de vierde heilige stad van de Islam. De heenreis naar Kairouan ging door droog steppeachtig gebied. Het was nog lang niet de woestijn, maar wel heet en droog. In Kairouan sliepen we in een jeugdherberg met dikke witte muren. Het was er binnen fris.

De mannen werden door de moskee rondgeleid door een Nederlandse historicus die met zijn vrouw in Kairouan verbleef. Er waren prachtige mozaïeken. 's Avonds bezochten we  een bruiloft van de achterneef van de chauffeur. De mannen zaten op de binnenplaats, de vrouwen binnen bij de bruid. De meisjes van de groep mochten naar binnen. Daar heerste een zwoele sfeer met half ontblote vrouwen. Over de schuttingen van de binnenplaats en op de daken van omliggende huizen lagen jongetjes te loeren. Dit gaf het geheel iets Breugheliaans. We  kregen wat te drinken, maar na een uur was het duidelijk dat de groep studenten genoeg in de keuken had kunnen kijken.

 

De volgende ochtend reden we naar de kust, naar Sousse. De bus stopte op een weg, midden in Sousse. Het was er druk met auto's, handkarren, mensen die overstaken. Ik zag een man met één arm, de andere had hij ongetwijfeld in het verkeer verloren, als ik tenminste mocht afgaan op de onzorgvuldige manier waarop hij de weg overstak.

 

In die weken speelde Feyenoord een wedstrijd tegen Benfica. In de buurt van ons verblijf was een café‚ met een televisietoestel. Dat werd geëxploiteerd door een Turk die aan onze voetbalbelangstelling wel wat wilde verdienen. We kregen een dubbelmenu in onze maag gesplitst met sish kebab en spaghetti. Daarvoor zouden we 'op de eerste rij' zitten. In de praktijk was het eten overvloedig maar het tv-kijken allerminst ongestoord, want het café‚ stroomde vol met lang niet alleen maar voetballiefhebbers.

 

Er werd veel gebedeld, ook vlakbij ons verblijf. Op weg naar het treinstation stond vaak een moeder met een zuigeling in de arm.

De laatste week van ons verblijf was er geen programma meer. Je kon zwemmen in de Middellandse zee en naar het heldere blauwe water kijken; je kon nog eens een kijkje in Tunis gaan nemen. We bezochten er het Bardo Museum met de mooie mozaïeken. Het is een van de belangrijkste musea in Noord Afrika.

 

Ik kocht als souvenir een rieten mat. Een keer gingen we naar een film die in de open lucht werd gedraaid, op een binnenplaats, een westernklassieker, 'the good, the bad and the ugly'.

 

Tegen het einde van de reis werd ik ziek. Ik had toch last gekregen van het voedsel. Het gebeurde net toen ik ging denken dat ik de dans wel zou ontspringen. Veel leden van de groep waren inmiddels een paar dagen  ziek geweest. Met flinke koorts ging ik naar Nederland, zwetend in mijn pak, met de rieten mat opgerold bij me. Boven de Alpen was er veel turbulentie.

 

Na de drie weken  kwam ik weer thuis, op mijn studentenkamer. De volgende dag had ik ruim veertig graden koorts. Amoebedysenterie, constateerde mijn huisarts.  Een kuurtje was noodzakelijk.

 

 © José van Rosmalen

 

zie ook gedicht 'Kairouan' onder reisgedichten