Josevanrosmalen.nl
Home » Ethiek

Ethiek

 

Het vliegtuig ging over de Alpen en maakte daarna een scherpe bocht over zee, om het kleine vliegveld van Nice te bereiken.  Twee uur tevoren was Kees Klaver uit Amsterdam vertrokken om aan een congres over medische ethiek deel te nemen. Hij had besloten om na het congres nog vier dagen vakantie te houden, om tot rust te komen na een hectische werkperiode.

Hij pakte de koffer van de loopband en liep naar links waar hij bussen en taxi’s zag staan. Er stond een rood minibusje voor het Carlton hotel en ook een voor het Ritz. Hij had het Carlton geboekt en liep naar het busje toe. Hij zag dat er nog enkele mensen dezelfde kant uitliepen, waaronder een vrouw van tegen de veertig, die hij ook al op Schiphol had gezien.  Ze droeg een blauwe rok en een witte blouse en ze liep met blote voeten in zwarte sandalen.  Hij zei  tegen haar ‘goede morgen, o het is eigenlijk al middag;’ Terwijl hij dat zei wist hij dat hij een tot op het bot afgekloven cliché gebruikte. Ze lachte licht geamuseerd en zei  ‘het wordt hier al lekker warm zo rond de middag. Hij wierp een blik op de digitale klok bij de vertrekhal die afwisselend de tijd en de temperatuur aangaf,  12.15 en 27 graden.

Kees kwam in het busje schuin achter de vrouw te zitten en zag haar blonde haren wapperen door de wind die door het raam kwam.  Hij realiseerde zich dat hij meer naar haar zat te kijken, dan naar de andere passagiers. Ze was waarschijnlijk een paar jaar jonger dan hijzelf en ze leek hem een zelfstandig type. Kennelijk reisde ze ook alleen. Nou ja, wie weet wat ze hier verder te doen heeft.

In het hotel checkte de vrouw eerst in en hij daarna. Hij wenste haar een prettige dag en ging naar zijn kamer.

Het congres begon die avond met een ontvangstdiner in de aula van de medische universiteit. Bij de balie haalde Kees het programma op en daar kreeg hij ook de lijst met deelnemers. Hij bladerde deze  door en zag dat er bijna 200 mensen stonden ingeschreven, waaronder met hemzelf inbegrepen zeven uit Nederland, vier mannen en drie vrouwen.  Twee mannen en een vrouw kende hij al van andere bijeenkomsten,  maar drie waren hem nog onbekend. Hij keek naar die namen: Trees Luyten uit Groningen, Marga van Putten uit Utrecht en drs. Willem de Bruin. Die man hechtte dus nog erg aan het gebruik van zijn titel.

Kees deed zijn badge op en liep naar de buffettafel. Ineens zag hij de vrouw van vanmiddag, nu met donkergroene schoenen en met een zachtgroene jurk aan. Hij liep naar haar toe . Het is tijd dat we ons aan elkaar voorstellen. Ik ben Kees Klaver. ‘ Aangenaam, Marga van Putten, ik werk als onderzoekster bij de Utrechtse universiteit. ‘ U bent de bekende professor Klaver waarvan ik al verschillende publicaties heb gelezen?‘

 ‘Ja, ik moet bekennen dat ik prof dr. C.G. Klaver ben.’ ‘Maar zeg maar gewoon Kees.’

‘Drinkt u ook witte wijn? ‘

‘Zeg ook  maar Marga hoor, dan nemen we samen een glaasje, op deze ontmoeting.’

Ze keek hem aan met een lachje rond haar ogen. ‘Het toeval  bracht ons hier samen’, zou het toeval nog meer in petto hebben?’

Kees bloosde lichtelijk , ‘ja, vanaf nu zijn we daar zelf bij Marga. Zullen we elkaar vanavond gezelschap houden?’

Met een glas wijn liepen ze de tuin in en keken naar de olijfbomen. ‘O lijf, o lief ‘zei Kees ineens.

 ‘Ik zie dat je een poëtisch type bent, klinkt in ieder geval beter dan dat duffe ‘o het is al middag’  dat je bij het vliegveld zei. Dit laat mijn hart tenminste kloppen.’

Kees ontkwam er die avond niet aan om ook met de vakbroeders die hij al kende een praatje te maken. Hij kon niet de hele avond in Marga’s gezelschap verkeren, ook al was nu al de kiem gelegd voor iets dat later zou kunnen opbloeien. Hij voelde de lichte spanning in zijn hoofd, de adrenaline die door zijn lichaam ging.

Het diner duurde tot half elf. Kees keek met zijn bestudeerd geïnteresseerde gezicht hoe de vier tafelredes werden uitgesproken en wisselde tussen de bedrijven door wetenswaardigheden uit met collega’s  uit Duitsland, Spanje, Zweden en België. Allemaal spraken ze het zogenaamde congres-Engels, een gemeenschappelijke versimpeling van de Engelse taal. Tegen een  Zweedse hoogleraar zei hij ‘ I’m happy to meet you again, after last year in Stockholm. It’s such a nice city! As nice as Nice, grapte de Zweed.

Zonder dat ze dat met zoveel woorden hadden afgesproken, liepen Kees en Marga rond elven naar dezelfde taxi. De portier van het Carlton in zijn rode livrei knikte met stoïcijnse blik;  als de muren van dit hotel konden praten, zou je duizelen van de vele verhalen.

Het was Marga die het zei. ‘Zou  het toeval  nu willen dat we het bed delen!’  Kees lachte. ‘ik zie geen ethische bezwaren.’  ‘De ethiek is voor overdag Kees, nu is het passietijd!’

Kees bedacht dat Marga wel recht op het doel afging, maar hij had niet de behoefte haar af te remmen.

Hij keek hoe ze haar schoenen uitdeed. ‘Wil je even helpen met de rits? ‘De jurk gleed gemakkelijk op de grond en nu zag Kees de lichtblauwe string en de beha. Je mag nog een keer helpen, met de haakjes. Als het ze uitkomt zijn vrouwen verdomd onzelfstandig, maar wij mannen smullen ervan. Wij zijn toch steeds het zwakke geslacht. Kees keek naar haar borsten en kuste ze zacht.

‘Straks mag je misschien meer’ zei Marga lachend, maar eerst wil ik jou bloot zien. Kees trok zijn donkergrijze pak uit en zat in zijn ondergoed op bed. ‘Wat zie ik daar’ ? ‘ Ja, je ziet het goed, een beginnende erectie, een bekend fysiologisch verschijnsel als een man opgewonden raakt.

‘’ Hoe komt dat dan,’ vraagt ze plagerig.

‘Het zijn je borsten, je buik, je billen en die blik in je ogen.’

‘O, ik dacht altijd dat mannen  in je karakter zijn geïnteresseerd, maar dit is alleen maar uiterlijk.’

‘Ja, haha, je vraagt er toch naar.’

‘Ik heb zin in je Kees, ik ben echt geil nu.´

Als een amazone komt Marga op Kees zitten en ze gaat hem berijden, eerst zachtjes, dan met meer kracht. ‘Be my pony please.’

‘Ik voel me al hengsterig  nu, ik ben zeker  je Bonfire’.

‘ Ja, het is niet toevallig dat veel meisjes geilen op paarden, met de benen aan weerskanten van de brede rug van het dier en dan die schurende bewegingen  die je aan de binnenkant van je dijen voelt.’ Het woord Paarden is niet voor niks de verleden tijd van paren.´

Kees voelt hoe zijn stijve pik wordt opgeslorpt door de gulzigheid van Marga’s ritmische bewegingen.  Hij pakt haar bij de billen en merkt dat er nu al geen terugweg meer is. Die paar tellen vlak voor het orgasme zijn eigenlijk het lekkerste, hij weet dat daarna weer de ontnuchtering komt, de natte plakkerige buik, de behoefte aan een washandje.  

Marga voelt zijn penis verslappen; ze heeft het  zelf nog net niet gekregen, ondanks de hevige opwinding. ‘Je moet me nu nog even stevig vingeren Kees, met twee vingers graag. Ja heerlijk, ik wil je er diep in, je bent mijn hengst, ik mmm, ik ja ga door, ja ja, ja.’

‘Daar liggen we dan aan de Boulevard des Anglais in een viersterrenhotel, aan de vooravond van het congres . Wat zijn eigenlijk jouw plannen na het congres Marga.’ Nou ik blijf hier nog vier dagen voor vakantie. ‘

‘Al weer toeval, dus je blijft ook tot dinsdag.? Ja, mmm dan hebben we het hele weekend samen, heerlijk, we vrijen de sterren van de hemel.’

Woensdagochtend druppelen de congresgangers  binnen. Kees en Marga hebben weer hun zakelijke kleding aan. Ze volgen de lezingen en ieder verschillende workshops. Ze hebben smalltalk met collega’s.  ´Weet je nog toen in Wenen, die lezing van Claus Jung, die zo verschrikkelijk uitliep´.  ‘Ja, en dat noodweer daar in Hastings, die avond bij de pier. Het spookte toen op de Atlantische oceaan.’

Kees zegt die avond tegen Marga, ‘we zijn al bijna vergeten dat we hier voor de ethiek zijn, het verantwoord medisch handelen.’

´Ja, we hebben een zware verantwoordelijkheid Kees, zullen we vannacht in mijn kamer bivakkeren.’

Donderdagmiddag vindt het plenaire slotdebat plaats. Vier hoogleraren vatten de hoofdlijnen van het congres samen. ‘Er is hard gewerkt, met een grote inzet van alle aanwezigen, die zich opofferen om hun beste krachten aan de wetenschap te wijden.’ Kees vraagt zich af of die woorden ook voor hem bedoeld zijn. Het congres draaide voor hem en Marga meer om de nachten dan om de dagen. Als hij donderdagavond in de spiegel kijkt, ontgaan hem de sporen van de nachtelijke inspanningen niet. Gelukkig was het congres  afgelopen.

Ze hadden nu het weekend voor zich. De passie was zeker nog niet verdwenen, maar Kees voelde in zijn hoofd dat het niet eeuwig zou kunnen duren. Voorlopig wilde hij met het liefdesspel doorgaan.

Bij het ontbijt zei Marga, ‘we kunnen vandaag wel eens naar een museum, er is hier een prachtig Chagall museum. Ze besloten te gaan lopen, een flink eind heuvelopwaarts. ‘Dat we dit nog  kunnen, na zo´n congres en de andere inspanningen.’ ‘ Ja , wel een prestatie liefje.’

‘Schitterend  dit museum en het ligt ook zo mooi, het is allemaal zo subtropisch hier, die blauwe zee, die zinderende  lucht, die bergen op de achtergrond. Je zit hier in de luwte van de Alpen.’  

Die zaterdag lopen Marga en Kees via het middeleeuwse deel van de stad naar een rotspunt van zo´n honderd meter hoog. Je kunt er ook met een lift of met een treintje komen, maar ze gaan lopen. Ze komen langs een sieradenwinkel. ‘Zie je die ringen daar, laten we even naar binnen gaan.’

‘ik wil je een ring geven voor deze mooie week’ . Kees kust Marga. ‘Ja, en ik een aan jou.’ De juwelier doet de ringen in een etuitje en garandeert de ringen voor minstens tien jaar.

Ze lopen naar het hoogste punt van de rots. ‘Kijk, hier zie je de baai van Nice zo mooi, daar heb je ons hotel, aan de Boulevard des Anglais. ‘

‘Geef me je hand, liefje’; Kees schuift de ring om Marga’s ringvinger. Zij pakt zijn hand en schuift de andere ring om zijn vinger. ‘Dat knelt lekker, even wennen hoor.’

‘Zijn we nu verloofd schat?’ vraagt Marga.

‘Ja, we hebben nu een band gesmeed, lief van me.’

‘Wist je trouwens dat hier in Nice vroeger al veel oude sjiek kwam, rijkaards uit Rusland, de Britse koningin Victoria en andere vorsten en notabelen. Maar ja, alles gaat voorbij.’

´Bedoel je daar iets mee, Kees, je gaf  die ring toch niet zomaar.´

´Ik gaf hem voor deze week, voor ons heerlijke samenzijn, maar dinsdagavond zie ik mijn vrouw Loes weer. ´

Marga´s gezicht verstrakt, haar ogen knijpen zich samen. ´Je vrouw,  dat hoor ik nu pas, ik ben single en wil je niet kwijt.’Tranen vloeien over haar gezicht. ‘Kees, ik heb het anders opgevat, ik moet dit even verwerken. ´

‘Ik loop even alleen een stukje op en neer, denk even na.’ Marga loopt een rondje en kijkt naar de boten, de baai, de zon in de verte. Ze snapt ineens dat ze zich een illusie maakte, met die knappe hoogleraar uit Amsterdam die als een blok voor haar viel. Ze begint ineens te lachen.

Ze loopt terug naar Kees. ‘Ik  heb me verzoend met het feit dat het niet kan duren, laten we morgen er een mooie dag van maken. Jij kunt toch goed zeilen? ‘

‘Ja, ik heb het wel eens gedaan, mijn broer heeft een boot in Loosdrecht.’

‘ Dan huren we een boot en we maken er iets moois van. Ik zorg voor het eten en drinken. Laat het boodschappen doen maar aan mij over. ‘

Kees vindt dat hij na zijn pijnlijke bekentenis er genadig van afkomt en voelt er niks voor af te dingen op het voorstel van  Marga.

‘Ja leuk Marga, dat gaan we doen.’

Zondagochtend trekt Marga haar korte spijkerbroek aan en een rood t- shirt dat haar vormen goed  doet uitkomen.  ‘ Je ziet er sexier uit dan ooit lieverd.’

 ‘Ja, dit is de laatste kans om je te verwennen.´

Marga heeft wat boodschappen gedaan en gezorgd voor wijn, brood en salade; ook heeft ze een tros druiven bij zich. Ze stopt de spullen in een koeltas.

Bij de jachthaven huren ze voor tachtig euro  een boot.  Na een korte instructie gaan ze op pad. Ze stappen vanaf de houten pier in de boot en varen weg.

‘Ik heb ook mijn fototoestel bij me Kees, als we straks wat verder uit de kust varen, kan ik mooie overzichtsfoto´s maken.’

‘Ja, oké,  de wind is gunstig, maar bedenk wel dat ik ook weer niet zo’n ervaren zeiler ben.’

‘Ik vertrouw je helemaal Kees, ik ben vandaag het meisje van de catering.’

‘Nou, prima,  het is stralend weer, we maken er een mooie dag van.’

Die mededeling over zijn vrouw leek Marga helemaal te zijn vergeten,  Marga wilde juist extra haar best  doen en ze begreep kennelijk ook wel dat het niet allemaal kon blijven duren.

‘Prachtig die azuren kustlijn, die rots daar rechts en het vliegveld ver naar links. Overmorgen al weer,  moeten we hier weg,’  Het komt Kees nu onwezenlijk voor, alsof de tijd stil lijkt te staan.

Marga maakt baguettes klaar en schenkt de wijn in.  ‘Een broodje gezond meneer.’

Hij kust haar op de mond en streelt haar over de rug. ‘Heerlijk, vannacht weer samen in ons Carlton bed.’  ´Ik voel nu al de opwinding als ik zo naar je kijk´.

‘Vaar nog maar wat verder uit de kust, voorbij de andere zeilboten! ‘

Kees bedient de zeilen en ziet dat het blauw van de zee iets waziger wordt. Net alsof hij minder scherp ziet.  Is het licht te fel voor hem? Hij knippert met zijn ogen.

’ Is er iets Kees.’ ‘  Nou niks aan de hand, misschien de  warmte en jouw opwindende aanwezigheid.’

Even later glijdt Kees naar onderen.  Marga ziet dat hij zijn bewustzijn gaat verliezen. Ze kijkt naar de kustlijn en ze ziet geen schepen in de buurt. Ze weet dat het broodje gezond zijn uitwerking niet heeft gemist. Ze pakt Kees beet en wikkelt een metalen ketting om zijn nek, zodat het lichaam zwaar wordt. Ze gooit hem resoluut overboord. Het lijk zinkt naar beneden.

Ze blijft alleen achter in de boot. Ik zeil gelukkig heel wat beter dan Kees. Nu moet ik koelbloedig zijn. Het had iets moois kunnen worden, maar ineens wist ik dat het niks voorstelde. Het ging om de lust, bij hem en bij mij. Nu wordt er straks een hoogleraar vermist, die in hetzelfde hotel verbleef als ik en met wie ik tijdens het congres gezien ben. Kan ik daar mee wegkomen?

Marga realiseerde zich dat ze wel een plan had over de daad, maar geen plan om na die daad verstandig te handelen.  Zelf het water inspringen en verdrinken was een mogelijkheid. Dan waren ook al haar gedachten voorbij.  Die gedachte verwierp ze weer.

Pas dinsdag om drie uur vertrekt het vliegtuig, daar zit nog de maandag tussen. Hoe voorkom ik dat ze in het hotel argwaan krijgen, ze moeten niet gaan denken dat er een gast is vermist. Als ze die vermissing niet met  mij in verband brengen, is er natuurlijk voor mij ook geen probleem. Maar het kamermeisje heeft ons samen gezien .  Het beste is dus als ik een verklaring geef voor zijn vertrek, die aannemelijk is en die niet te veel indruk maakt.  Ik zeg  gewoon dat monsieur Klaver mij vertelde dat hij plotseling weg moest en een eerder vliegtuig zou nemen. Van de redenen ben ik verder niet op de hoogte. Als ze vragen waarom hij niet heeft uitgecheckt, kan ik zeggen dat me dat verbaast. Ik ken de man ook niet persoonlijk, we hebben hier alleen een paar keer gepraat over ons werk.

Zonde van het geld, maar ze gooit de ring in het water.

Ze vaart richting de kust en komt weer aan bij de jachthaven. Ze meert aan en meldt netjes haar behouden vaart bij de verhuurder. Hij vraagt gelukkig niks over haar metgezel.

Ze loopt over de boulevard en merkt dat ze met haar sexy shirtje de nodige bekijks heeft. Maar nu even geen man meer.

In het hotel kleedt ze zich om en loopt daarna naar de receptie om te vertellen dat meneer Klaver vervroegd moest afreizen. ‘Dat is goed, mevrouw’ , zegt het meisje achter de balie,’ ik hoop dat u een mooie dag heeft gehad en wens u nog een plezierige dag in ons hotel.’

Dinsdag om half twaalf neemt ze een taxi naar het vliegveld. Ze heeft nog uren de tijd voor ze naar haar gate moet. Ze slentert langs winkeltjes en ze is blij dat ze er geen andere congresgangers meer ziet.

In het vliegtuig denkt ze verder na, het maalt door haar hoofd. De vrouw van Kees zal straks een nare ontdekking doen, hij komt niet uit het vliegtuig, hij zal haar niet bellen. Hij neemt ook niet op. Ze spreekt ongetwijfeld zijn voice mail in, ‘Kees, is alles goed’.

Als ze twee uur na de landing  nog niks hoort, gaat ze vast verder bellen. Naar de luchtvaartmaatschappij, het hotel, de universiteit waar Kees werkt.

Zal die receptioniste dan vertellen dat ik zei dat hij eerder weg moest, of is ze dat al weer vergeten? Dan komt die Loes snel achter mijn naam.

Marga transpireert, ze wordt zenuwachtig en angstig. Ineens beseft ze dat ze wat heeft gedaan dat onherstelbaar is. Ze heeft niet alleen Kees gedood, maar  ook zijn vrouw haar hoop en illusies ontnomen, in een opwelling van wraak.

Wanneer staat de politie aan mijn deur, kan  ik nog naar mijn werk, moet ik zeggen dat ik nu weet wat medische ethiek is.  Ze ziet Kees weer voor zich, zoals ze hem vorige week op het vliegveld tegenkwam, een man van zesenveertig, bekend hoogleraar en voor vijf dagen haar hartstochtelijke minnaar. Zij dacht hem te bezitten en hij was oneerlijk geweest.

’s Avonds kwam ze thuis in haar Utrechtse flat. Ze keek uit over de nieuwbouwwijk. Het was hier stil en grijs. Zij nam drie glazen wijn en viel in een onrustige slaap. Morgenochtend zou ze verder zien.

 

 

© José van Rosmalen, 2013